Posts tonen met het label Gard. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gard. Alle posts tonen

dinsdag 14 augustus 2018

Petit Camargue: meren, moerassen, rietlanden en het Centre de Scamandre


Vorig jaar hebben we bijzonder genoten in de Camargue, vooral van de natuur en de vele vogels die we op onze fiets- en wandeltochten hebben gezien. We vonden het leuk om nog eens terug te gaan en waren nieuwsgierig naar de omstandigheden dit jaar, nu de voorgaande maanden veel natter waren geweest. We vonden weer een mooi plekje op de fleurige camping bij Vauvert / Gallician


Zowel op onze fietstochten vanuit Gallician als in het Centre de Scamandre zelf zouden we merken dat de natuur nooit hetzelfde is. Door de andere weersomstandigheden en misschien ook doordat we bijna twee weken eerder waren, stond het water aanzienlijk hoger dan vorig jaar. Waar het Étang du Charnier vorig jaar al  tientallen meters vanaf de D779 (bijna) droog viel en vele watervogels trok, reikte het water nu volop tot aan de weg. Geen ibissen, steltkluten of andere steltlopers, geen witte reigers, geen ralreigers, zelfs geen eenden hebben we in en rond het meer gezien - op een doodenkele na. Wel ontwaarden we meeuwennesten langs het riet en vermoedelijk hebben er veel andere vogels gebroed op de eilandjes, veilig verstopt tussen het riet en buiten onze waarneming.


Bij het Centre du Scamandre troffen we op het paalnest weer twee jonge ooievaars aan - iets pluiziger dan vorig jaar, jonger nog.  


Verschillende soorten reigers bevolkten in groten getale de boomtoppen waar ze hun nesten hadden. Er werd ook heel wat af en aan gevlogen, maar in het water hebben we weinig vogels aangetroffen. Dus de mooiste foto's blijven die van vorig jaar. Dat wil niet zeggen dat we niet genoten hebben van dit prachtige gebied.




Op Wikipedia las ik dat een meervalwijfje zo'n 30.000 eitjes legt per kg lichaamsgewicht. Blijkbaar vinden de kleine meervallen het prettig of veilig om in grote groepen dicht bij elkaar te blijven. Daarbij zwermen ze uit elkaar en weer naar elkaar toe in een dynamisch en fraai waterballet, waar we opnieuw een poosje gebiologeerd naar hebben gekeken.

 

Rietvogels zoals de karekiet, rietzangers en rietgorzen lieten zich overal luidkeels horen en soms schichtig even zien, maar konden zich vooral heel goed verschuilen in al het groen.



Mijn laatste hoop om eens een mooie foto van een purperreiger te maken, vervloog op dit moment. We moeten het er maar mee doen.



Wel werden we dit keer verrast door een slangetje dat zich evenals een hagedisje had liggen opwarmen op een van de bruggen. Die lagen echter niet op ons bezoek te wachten en we zagen de slang van de plankieren het riet in verdwijnen. Over de dunne rietstengels kronkelde hij soepel en geruisloos naar een rustiger plekje. Dat was lastig fotograferen tussen al dat gebladerte. Waarschijnlijk hadden we hier met een niet-giftige gladde slang te maken.


Juist doordat het water hoog stond, ontdekten we aan de andere kant van het kanaal bij Gallician een troep van 200 - 300 flamingo's. We vonden een plekje tussen de oeverbegroeiïng, waar we hen rustig konden bespieden.

 
De kleur van flamingo's is niet gerelateerd aan sekse. In de winter zijn de kleuren levendiger en voller dan in de zomer. Bij geboorte hebben de jongen een wit verenkleed en een roze bek en poten. Na een week worden de veren grijs, de bek en poten zwart. Langzamerhand licht het verenkleed in anderhalf jaar op naar een mengeling van wit, grijs en roze om door te groeien naar de fraaie volwassen verschijning, waarin het roze domineert. Dat is tussen het vierde en zevende levensjaar.
De meeste van de vogels die we aan deze zijde van het Étang du Charnier zagen, hadden nog de bescheiden kleuren van de jeugd.





 Plotseling was er hevige opwinding in het riet. Een bruine kiekendief had het blijkbaar op de nesten van de meeuwen voorzien, maar werd met veel kabaal en zonder omhaal door het witte leger verjaagd. De flamingo's lieten zich er niet door van de wijs brengen.








De natuur laat zich niets voorschrijven; we hebben veel minder (soorten) vogels gezien dan vorig jaar, maar juist het meemaken van die verschillen maakt het zo boeiend.

zaterdag 5 augustus 2017

Camargue - van Saint Gilles naar Stes-Maries-de-la-Mer

Wij zouden deze 3e dag in juli van onze camping bij Gallician in de Petit Camargue (Camargue Gardoise)  rijden naar Stes Maries-de-la-Mer, waar de Petit-Rhône in de Middellandse Zee uitmondt. Op de site van France-Voyage wordt Saint Gilles de toegangspoort tot de Camargue genoemd. Daar, na het oversteken van de Petit-Rhône betreedt men het Parc Naturel Régional Camargue. St. Gilles is een aardig plaatsje, waaraan een lange historie ten grondslag ligt. Het is dan ook best leuk om vanaf het centrale dorpsplein (VVV) door de toegangspoort het oude stadsgedeelte in te lopen om even door de smalle straatjes te zwerven. Het meest markante en gerespecteerde bouwwerk van St. Gilles is onmiskenbaar de 12-eeuwse abdij, die ten tijde van ons bezoek grondig werd gerenoveerd en volledig in de steigers stond. We konden echter wel het interieur bewonderen en als zo dikwijls dwingt ook hier de bouwkunst in die vroege tijden ons respect af. De legende rond de stichter en naamgever Gilles geeft extra kleur aan de historie.






De Rhônedelta tussen de kleine en grote Rhône bestaat niet alleen uit natuurgebied. Door de eeuwen heen hebben mensen het gebied in cultuur gebracht, maar door zout en regelmatige overstromingen werd dat ernstig bemoeilijkt. Later werden dijken, drainage- en irrigatiesystemen aangelegd om fruitteelt en wijnbouw mogelijk te maken. De Camargue behoort tot de grootste rijstleveranciers van Europa en staat vooral bekend om zijn rode rijst. Wij maakten kennis met de verschillende aspecten van het gebied toen we van St Gilles via de D37  en de D36 langs het Etang de Vaccares zuidwaarts reden naar Salin-de-Giraud en vandaar over de 570 naar Stes-Maries-de-la-Mer.

links van de dijk uitgestrekte zonnebloemvelden, rechts rijstvelden



Bermen met bloeiende bomen en planten trokken veel vlinders en libellen. Het is lastig fotograferen wanneer ze wiegen op de wind.



Voorbij een grote stierenfokkerij sloegen we bij Villeneuve rechtsaf, een smal landweggetje in dat ons tussendoor  de moerassen en meren zou leiden.



Herhaaldelijk zijn we gestopt om van deze prachtige natuur te genieten. Hier en daar biedt de D36 een goed uitzicht op het meer. Een langgerekte zwarte streep op het water trok onze aandacht. Op de uitkijkpost en met de verrekijker konden we vaststellen dat het een lange stoet van meerkoeten was, die aan ons voorbij trok, vergezeld van enkele eenden en futen. Het is voor het eerst dat ik meerkoeten zo geordend bezig heb gezien.




Uit de bijzondere flora zou ik afleiden dat dit brak water meren zijn, maar er zijn wel allerlei loofbomen in deze omgeving en dat duidt weer op zoet water. Misschien dat het Musee Camargues daarover meer informatie biedt en in ieder geval las ik hier iets over op https://www.take-a-trip.eu/nl/zomervakanties/artikels/het-regionaal-natuurpark-van-de-camargue/1598/. Het museum is niet ver van hier, maar dat hebben we nu niet bezocht omwille van de tijd en onze plannen.


Vanaf de weg ontdekten we in de buurt van een boerderij een ooievaarsnest, waar een koppel opvallend actief in de weer was. Nu eens niet op een paal, maar in een heel natuurlijke setting.


Een kreekje en een kleine zilverreiger die juist een visje vangt.



Een kolonie kokmeeuwen. Heel in de verte bij de bomenrijen heb ik de witte stipjes van talloze flamingo's gezien. Enkele aalscholvers zaten te zonnen op de paaltjes in het water, hier en daar dobberden futen op de golfjes.



Verderop maakten de witte paarden het Camargue plaatje compleet en kregen we gelegenheid om alle indrukken bij een heerlijke zeehap te verwerken.





Via de D570 bereikten we de kust, maar niet voordat we een paar uur hadden rondgewandeld in het Parc du Pont de Gau. Dat is echter een apart blogbericht waard. Stes. Maries is een heel aardige badplaats met alles wat je daarvan maar kunt verwachten en wensen.










Populaire blogberichten