Posts tonen met het label Loire-Atlantique. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Loire-Atlantique. Alle posts tonen

zaterdag 16 november 2024

La Roche-Bernard - op de grens van Bretagne en Loire-Atlantique

We hadden het zo naar ons zin op de camping in Férel dat we besloten om nog tot zaterdag te blijven. Donderdag hebben we er een lekker luierdagje ter plekke van gemaakt. Vrijdags zijn we weer op de fiets geklommen voor een tocht naar La Roche-Bernard, dat iets meer landinwaarts aan en boven de rivier Vilaine gelegen is. Het was ca. 10 km fietsen over leuke gravelpaden tussen akkers en weilanden door, een dorpje en een onverwacht vennetje, langs oude kapellen en kruizen en een in onbruik geraakte dorpsbakoven. We kwamen op onze hele tocht bijna niemand tegen. Wat een rust!


De naam zegt het al: La Roche is tegen een hoge rotsheuvel bij de rivier gebouwd. Het hoogste deel met de witte huizen is het nieuwste deel van het stadje. Vandaar overspant een hangbrug de rivier. Op onze terugweg zouden we eroverheen rijden, nu genoten we even van het indrukwekkende uitzicht voordat we vanaf de heuvels met een vaartje afdaalden naar de buitenwijken van de stad. Zo kwamen we aan in het oude binnenhaventje, waar historische (erfgoed)schepen liggen tussen de plezierjachten en oude statige gebouwen en gezellige terrasjes aan de kade de sfeer bepalen. 

La Roche-Bernard zou zijn bestaan te danken hebben aan de Viking Bern-Hart, die hier rond het jaar 1000 een goed verdedigingspunt zou hebben gevonden. Van de versterkte bouwwerken is niets meer terug te vinden, maar die rots boven de haven, die naar alle kanten uitzicht biedt over de rivier de Vilaine, is nog steeds een markant en bij toeristen zeer geliefd punt. 


Vandaar loop je gemakkelijk het hoog gelegen historische centrum in. Want het havenstadje heeft zich in de loop der tijd o.a. dankzij de zouthandel en -opslag ontwikkeld tot een welvarend oord. Na de bouw van de barrage bij Arzal werd de haven hier beschut tegen de zee-invloeden en geschikt gemaakt voor de tegenwoordige pleziervaart. Op onze wandeling over de rotsen en naar het historische centrum, konden we ons verheugen in een buitententoonstelling van schitterende foto's uit de directe omgeving en Bretagne. 




We liepen door pittoreske straatjes en steegjes, langs statige huizen (16e, 17e eeuw), over het mooie en gezellige Place du Bouffay, naar de kleine vroegere kapel Notre Dame en de hoge gotische Saint-Michelkerk. 

Op het plein en in het quartier artisan ontdekten we de kleine, grappige keramiekjes die kozijnen, randjes, huisnummers en gevels sierden; ondeugende, aardige figuurtjes met een knipoog naar wie hen opmerkt. Le puits Lory is de waterput waar men vers water moest halen tot de aanleg van de waterleiding. Omdat jong en oud elkaar hier ontmoette, was het in die tijden een belangrijk sociaal trefpunt.

 

We daalden weer af naar de haven via de trappen van de Rue de la Quenelle. Een foto van 1909 op een informatiepaneel laat het straatje zien mét enkele bewoners zittend en hangend op de trappen, maar zonder enige vorm van begroeiïng. Nu hebben zich plantjes genesteld tussen de muren en trappen en onderhouden de bewoners een weelderige en kleurrijke groenvoorziening. Bewerkte tufstenen topgevels op enkele huizen, vond ik ook wel bijzonder.






We moesten ons omhoog trappen naar de bovenstad om via de hangbrug de Vilaine over te steken. Niet zonder daar natuurlijk even af te stappen voor het uitzicht. Naast de brug zijn op beide oevers nog de restanten van de oude brug van 1839 te zien. Dat was de brug die de eerste wegverbinding naar Pénestin vormde en de veerponten overbodig maakte. Aan het eind van WOII is deze brug echter vernietigd, in 1960 werd de huidige gebouwd. Nog iets verderop zagen we de Morbihan-brug, een boogbrug die in 1996 is gerealiseerd. 



Geen leuke fietspaadjes meer aan de andere kant van de rivier, maar deels langs de verkeersweg naar de dam bij Arzal en over landweggetjes weer terug naar de camping. We hebben in de stukje van Bretagne en de Loire Atlantique genoten van onze vakantie. De volgende dag gingen we weer rustig terug naar het noorden. Au revoir!



donderdag 14 november 2024

Kerhinet, chaumières en le Marais de Brière

Ten noorden van de Loire-monding bevindt zich het twee na grootste moerasgebied van Frankrijk, de Camargue is het grootste. De noordgrens van het natuurpark Brière ligt bij Herbignac, ca. 7 km zuidelijk van onze camping in Férel. Dit natuurpark was het eigenlijke doel van ons verblijf in deze regio. Deze dag zijn we er met de auto op uit getrokken. Eerst naar het dorpje Kerhinet, dat helemaal gerestaureerd is om als voorbeeld te dienen van een traditioneel gehucht in het begin van de 20e eeuw. Het is een museumdorpje (vrij toegankelijk) en geeft allerlei informatie via panelen en foto's over leven, landbouw en veeteelt van oudsher in deze streek. Het is niet bewoond en behoorlijk toeristisch. Bij het aanrijden van Kerhinet kwamen we door een ander gehucht (Ker is Bretons voor gehucht, klein dorpje) met prachtige huizen en huisjes waar nog wel mensen wonen. Wij vonden dat wel zo leuk. Overigens was er ook enige nieuwbouw in de traditionele stijl met rieten daken. 





Chaumières (chaume = riet) heten de traditionele huizen met de rieten dakbedekking. De huizen werden gebouwd van materialen uit de omgeving en riet was ruimschoots voorhanden in de moerassen. 




Kerhinet, een mooi voorbeelddorp met een restaurant, een toeristenbureau c.q. winkeltje en veel informatie. En er is een wandelroute van 11,5 km (3 uur) Entre chaumières et marais. 


Die wandeling hebben wij niet gemaakt, want we zijn vervolgens hebben naar Bréca gereden en hebben ons daar in het haventje overgegeven aan een boottochtje in een chaland. Dat is een typische platbodem voor deze moerassen die door de schipper met een polsstok wordt voortgeduwd. De combinatie met een tochtje in een paardenkoets hebben we aan ons voorbij laten gaan.



Er zijn twee grote kanalen: noord-zuid en oost-west, die met behulp van Nederlanders zijn aangelegd. Helaas waren er op dit moment weinig vogels. Wel een ijsvogel, witte en grijze reigers, aalscholvers en enkele overvliegende lepelaars. Een grote groep trekvogels, waaronder veel lepelaars waren een paar dagen geleden vertrokken en het wachten was op koeler weer en gunstiger wind voordat er nieuwe trekvogels zouden aankomen. 


Hier en daar rieten schuilhutten voor jagers, die ('s nachts) voornamelijk op eenden jagen. Er wordt ook veel gevist. Ook hier zijn invasieve exoten zoals de Amerikaanse (Louisiana) krab en de mooie graspollen, die het op de veengrond zo goed doen dat ze het inheemse riet verdringen.



We hadden een leuke schipper, die het nodige wist te vertellen over de historie en de natuur, en het was een aardig tochtje over de stille wateren. Goed getimed, want na ons (lunchtijd was voorbij) kwamen de grote groepen met bussen aan!! dat is met z'n allen file-varen en veel kabaal. Een groot picknickveld bood ons gelegenheid tot een relaxed lunchhapje voordat we verder gingen.


We reden het park uit bij Saint-Nazaire, waar we de brug over de Loire in de verte konden zien. Vorig jaar hebben we aan de andere kant daarvan op het strand gestaan. Nu reden we het Brièrepark weer in via de weg die dwars door de moerassen leidt, over de eilandjes waar zich ook enkele dorpjes bevinden. Bij Rozé is een hoge uitkijktoren die een prachtig uitzicht over de verre omgeving biedt. Met boodschappen in de Super-Leclerc in Herbignac hebben we onze natuur- en cultuurhistorische route afgerond.





Populaire blogberichten