Posts tonen met het label kustplaatsen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kustplaatsen. Alle posts tonen

dinsdag 19 november 2024

Van Saint-Briac naar huis


Onze camping in Saint-Briac lag nagenoeg, iets hoger op de oever, aan de baai. Aan de achterzijde bood een hekje toegang tot een wandelpaadje langs de glooiende weiden enerzijds en de getijdenrivier anderzijds. Bij regen en mist en de drooggevallen blubberzandbanken oogt alles grauw, maar als de wolken breken en de zon doorkomt is het een schitterend landschap. Wij hebben een laatste dag droog en geheel tot genoegen doorgebracht totdat 's avonds de dreigende wolken hun voorspelling in daden omzetten. Voor de wolkbreuk hebben we de voortent en alles droog kunnen inpakken, weer klaar voor volgend jaar.





Na een bijna geheel regenachtige dag zijn we die dinsdag op een camping iets ten zuiden van Abbeville in Blangy-sur-Bresle aangekomen. Het werd kouder en vooral natter en blubberiger. Het was mooi geweest en thuis lokte. 




maandag 18 november 2024

De Smaragdkust : Saint-Briac-sur-Mer



Voor de weg terug naar het noorden kozen we toch nog voor een klein stukje Bretagne. We hadden nog een paar dagen over. Dinard was onze bestemming, maar de beoogde camping bleek bij aankomst vol - over de telefoon had men niet al te vriendelijk geen informatie willen geven en daardoor kwamen we daar voor niets. En zo belandden we iets verderop in het dorpje Saint-Briac. Op de camping viel best iets aan te merken, maar het plaatsje was een heel leuke verrassing. Het is een vissersdorp, tegenwoordig vooral gewaardeerd door toeristen vanwege de verschillende zandstranden en de schitterende ligging aan de monding van de rivier de Frémur en de zee. Het is een aardig dorpje met een paar leuke winkels en goede verswinkels (bakkers, viswinkel, slager) rond een gezellig plein. Bouwstijl van rond 1900 herkenden we in o.a. het wat streng ogende postkantoor en een kleurig winkelpand. We slenterden door leuke steegjes en straatjes tussen natuurstenen bebloemde huizen en villa's met gesloten poorten en een heel grote Presbteriaanse kerk, die in de steigers stond. Het strak opgetrokken voormalig klooster met een moderne glazen aanbouw doet tegenwoordig dienst als gemeentehuis en mediatheek.




Maar vooral de vele chique en prachtig statige huizen boven de kust en iets buiten de dorpskern, maakten indruk op ons. En toen we een doorkijkje naar de haven kregen, snapten we waarom dit de Côte Emeraude heet. De afdaling naar de haven bood ons een fraai uitzicht over de baai en het schiereiland Nessay met het kasteel, dat eind 19e eeuw is herbouwd op de plaats van een voormalig versterkt kasteel. Nu is het een luxe hotel - op een geweldige locatie. 




We hebben de omgeving met de fiets verkend door via de Balcon d'Emeraude langs het water te rijden naar de brug die de rivier overspant. Over de hoge rotsen aan de overkant bereikten we het strand de la Cerisaie.




We genoten van een strandje hier, een strandje daar, de vele mooie huizen en de rustige sfeer. In de zomer is er waarschijnlijk meer reuring . Een plaatselijke bewoner was blij dat hij weer eens rustig van zijn eigen dorp kon genieten tijdens een wandeling. Desgevraagd vertelde hij ook iets over de stoere omlijstingen van deuren en ramen van de nieuwere woningen. De oude huizen zijn gemaakt met op maat gesneden en met de hand gestapelde natuursteen. Maar dat is tegenwoordig te duur. De bouwstijl wordt op moderne wijze min of meer gekopieerd : "nouveau Breton" noemde hij deze architectuur met een brede grijns. 


Lancieux was ook een aardig dorpje met een uitgestrekt en breed strand. Regen was voorspeld en donkere dreigende wolken leken die belofte te gaan inlossen. Maar wat een bof: we kregen nog alle gelegenheid om in het zonnetje een paar oesters te verschalken. Zo'n zeevakantie moesten we toch passend afsluiten! Pas later in de middag werd de voorspelling bewaarheid, maar toen konden wij al een geweldige dag terugkijken.






maandag 11 november 2024

Fietsronde Férel - Arzal - Pénestin - Férel

Zondag zijn we op de camping op de fiets gestapt en hebben we eerst de rivier bij Arzal opgezocht. De grote plezierhaven, waar we vanaf de camping op uitkeken, ligt in de Vilaine aan de binnenzijde van de Barrage d'Arzal. Aan de andere kant valt de rivier deels droog bij eb. Het is een lange baai die uitmondt in de zee bij Pénestin. De Arzal-dam is indrukwekkend groot, maar liefst 500 m. lang met vijf sluisdeuren, een sluizensysteem en drie vistrappen. De dam is begin jaren '70 gebouwd om het achterland tegen overstromingen te beschermen, maar de installatie is ook belangrijk voor de drinkwatervoorziening in een grote regio. Het is best leuk om een kijkje te nemen rond het sluizencomplex en in de haven van Arzal. Er zijn verschillende wandelroutes langs de rivier en omgeving en van hier vertrekken ook de toeristische boottochten over de Vilaine.



Wij fietsten terug over de dam en volgden de groene fietsroute naar Pénestin. Kriskras over glooiende landweggetjes, die door oude eikenbomen gescheiden werden van de weiden en de velden met mais en zonnebloemen; hier en daar een oude, karakteristieke boerderij of een statig landhuis; kleine dorpjes met oude Bretonse namen en stoere Bretonse huizen van natuursteen of witgepleisterd; de kenmerkende Bretonse blauwe en rode kleuren, hortensia's in dezelfde tinten, hoewel nu een beetje uitgebloeid. We fietsten door een dorpje Kerguen. Dat Ker- zouden we nog vaker tegenkomen in plaatsnamen en betekent zoiets als versterkt huis, gehucht, dorp. Arzal zou een combinatie zijn van het Keltische Are dichtbij en het Romeinse Sal = zout.  Wikipedia heeft een uitgebreid artikel over de Bretonse taal.


Camoël is een wat groter plaatsje met een kerk, een kruispunt van verschillende wegen, wat horeca en winkels.. We hebben er een croissantje gekocht en heerlijk op het bankje bij de kerk in de zon gepauzeerd. Vandaar verder over stille weggetjes via La Grée naar Tréhiguier.








In Tréhiguier zagen we de Vilaine weer terug, hier al een brede baai, waar de schepen op dat moment nog grotendeels droog lagen. Deze plaatsnaam zegt iets over de historie: treuz = oversteken + guer = rivier, stroom. Hier was een oversteekplaats over de rivier met een veerpont. Al in de 16e eeuw tot de Franse Revolutie had de markies van Assérac de rechten van deze veerdienst; de uitvoering en tolheffing liet hij aan de boeren over.  In de 19e eeuw zijn de condities voor de veerdienst verbeterd door de aanleg van nieuwe scheepshellingen, maar de opening van de brug bij La Roche-Bernard en de wegverbinding met Pénestin luidde het einde in van de veerpont. 


Tréhiguier is van ouds een handels- en vissershaven. Vooral de mosselcultuur, al vanaf eind 19e eeuw aan de oevers bij Tréhiguier  (op palen, zoals we ook in Normandië bij Le Crotoy hebben gezien), is belangrijk. Het was soms een bron van conflicten en ook aan verandering onderhevig o.a. na de aanleg van het sluizencomplex bij Arzal, waardoor verplaatsing van de mosselkweek nodig was richting open zee (o.a. Le Lomer aan de andere kant van Pénestin). 



Au p'tit bouchot heette het bar-restaurant aan de haven heel toepasselijk. Op het terras kwam juist een tafel vrij: zo'n uitnodiging om een oestertje te gaan slurpen lieten we niet aan ons voorbij gaan. Toen we weggingen, liep de rivier al weer vol en konden de boten weer drijven.



Met hernieuwde energie trapten we daarna verder tot we een plek vonden waar we over een zandpad naar het water konden. Zeilboten konden de rivier weer opvaren, witte reigers waren in het lage water op zoek naar voedsel. Iets verderop, bij de dennenbossen was een toegang tot een natuurgebied dat zich uitstrekte langs de baai. Zandgrond; een gele hoornpapaver; blauwe zeedistel; laag groeiende kwetsbare vegetatie houdt de duintjes in stand; moerasachtig (brak) gebied met planten als zee-aster; de planten trekken vlinders aan als klein koolwitje en klein geaderd witje op de zeeraket; kleine vuurvlinder en bruin blauwtje zoeken het lager bij de grond. Het is een mooi gebied om te wandelen en te genieten, maar wij fietsten weer verder naar Pénestin.









 De buitenwijken van Pénestin hebben we bereikt, maar uiteindelijk bleek de kaap met zijn mooie rotsen en stranden ons toch te ver te zijn en zijn we aan de weg terug begonnen: de kortste route langs en over de D34 tot voorbij Camoël totdat we weer een landweggetje naar Férel vonden. Een minder leuke, maar wel vlottere route dan op de heenweg. Na zo'n 30 km op het zadel waren we weer terug op de camping. Moe maar voldaan.

Populaire blogberichten