Posts tonen met het label rivieren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rivieren. Alle posts tonen

maandag 11 november 2024

Fietsronde Férel - Arzal - Pénestin - Férel

Zondag zijn we op de camping op de fiets gestapt en hebben we eerst de rivier bij Arzal opgezocht. De grote plezierhaven, waar we vanaf de camping op uitkeken, ligt in de Vilaine aan de binnenzijde van de Barrage d'Arzal. Aan de andere kant valt de rivier deels droog bij eb. Het is een lange baai die uitmondt in de zee bij Pénestin. De Arzal-dam is indrukwekkend groot, maar liefst 500 m. lang met vijf sluisdeuren, een sluizensysteem en drie vistrappen. De dam is begin jaren '70 gebouwd om het achterland tegen overstromingen te beschermen, maar de installatie is ook belangrijk voor de drinkwatervoorziening in een grote regio. Het is best leuk om een kijkje te nemen rond het sluizencomplex en in de haven van Arzal. Er zijn verschillende wandelroutes langs de rivier en omgeving en van hier vertrekken ook de toeristische boottochten over de Vilaine.



Wij fietsten terug over de dam en volgden de groene fietsroute naar Pénestin. Kriskras over glooiende landweggetjes, die door oude eikenbomen gescheiden werden van de weiden en de velden met mais en zonnebloemen; hier en daar een oude, karakteristieke boerderij of een statig landhuis; kleine dorpjes met oude Bretonse namen en stoere Bretonse huizen van natuursteen of witgepleisterd; de kenmerkende Bretonse blauwe en rode kleuren, hortensia's in dezelfde tinten, hoewel nu een beetje uitgebloeid. We fietsten door een dorpje Kerguen. Dat Ker- zouden we nog vaker tegenkomen in plaatsnamen en betekent zoiets als versterkt huis, gehucht, dorp. Arzal zou een combinatie zijn van het Keltische Are dichtbij en het Romeinse Sal = zout.  Wikipedia heeft een uitgebreid artikel over de Bretonse taal.


Camoël is een wat groter plaatsje met een kerk, een kruispunt van verschillende wegen, wat horeca en winkels.. We hebben er een croissantje gekocht en heerlijk op het bankje bij de kerk in de zon gepauzeerd. Vandaar verder over stille weggetjes via La Grée naar Tréhiguier.








In Tréhiguier zagen we de Vilaine weer terug, hier al een brede baai, waar de schepen op dat moment nog grotendeels droog lagen. Deze plaatsnaam zegt iets over de historie: treuz = oversteken + guer = rivier, stroom. Hier was een oversteekplaats over de rivier met een veerpont. Al in de 16e eeuw tot de Franse Revolutie had de markies van Assérac de rechten van deze veerdienst; de uitvoering en tolheffing liet hij aan de boeren over.  In de 19e eeuw zijn de condities voor de veerdienst verbeterd door de aanleg van nieuwe scheepshellingen, maar de opening van de brug bij La Roche-Bernard en de wegverbinding met Pénestin luidde het einde in van de veerpont. 


Tréhiguier is van ouds een handels- en vissershaven. Vooral de mosselcultuur, al vanaf eind 19e eeuw aan de oevers bij Tréhiguier  (op palen, zoals we ook in Normandië bij Le Crotoy hebben gezien), is belangrijk. Het was soms een bron van conflicten en ook aan verandering onderhevig o.a. na de aanleg van het sluizencomplex bij Arzal, waardoor verplaatsing van de mosselkweek nodig was richting open zee (o.a. Le Lomer aan de andere kant van Pénestin). 



Au p'tit bouchot heette het bar-restaurant aan de haven heel toepasselijk. Op het terras kwam juist een tafel vrij: zo'n uitnodiging om een oestertje te gaan slurpen lieten we niet aan ons voorbij gaan. Toen we weggingen, liep de rivier al weer vol en konden de boten weer drijven.



Met hernieuwde energie trapten we daarna verder tot we een plek vonden waar we over een zandpad naar het water konden. Zeilboten konden de rivier weer opvaren, witte reigers waren in het lage water op zoek naar voedsel. Iets verderop, bij de dennenbossen was een toegang tot een natuurgebied dat zich uitstrekte langs de baai. Zandgrond; een gele hoornpapaver; blauwe zeedistel; laag groeiende kwetsbare vegetatie houdt de duintjes in stand; moerasachtig (brak) gebied met planten als zee-aster; de planten trekken vlinders aan als klein koolwitje en klein geaderd witje op de zeeraket; kleine vuurvlinder en bruin blauwtje zoeken het lager bij de grond. Het is een mooi gebied om te wandelen en te genieten, maar wij fietsten weer verder naar Pénestin.









 De buitenwijken van Pénestin hebben we bereikt, maar uiteindelijk bleek de kaap met zijn mooie rotsen en stranden ons toch te ver te zijn en zijn we aan de weg terug begonnen: de kortste route langs en over de D34 tot voorbij Camoël totdat we weer een landweggetje naar Férel vonden. Een minder leuke, maar wel vlottere route dan op de heenweg. Na zo'n 30 km op het zadel waren we weer terug op de camping. Moe maar voldaan.

zaterdag 20 juli 2024

Natuurpark van de Baronnies Provençales (Drôme) en de gieren van Rémuzat

Het Parc naturel régional des Baronnies Provençales beslaat het gebergte tussen de Drôme en de Alpen. Naast ongerepte natuur biedt het veelzijdig erfgoed en oude cultuurgronden, die al eeuwen in gebruik zijn voor landbouw als boom- en olijvenboomgaarden, lindebomen, lavendel, tijm, rozemarijn etc. Bovendien een bijzondere geologie en biodiversiteit. Tijdens onze dagen in Nyons hebben we een klein stukje van de omgeving verkend: met de auto via de gorges van de Eygues naar de gieren van St. May bij Rémuzat en een fiets-wandeltochtje naar de waterval van Aubres, niet ver van de camping. Rustig rijdend over de D94  langs de Eygues konden we al genieten van het fraaie en afwisselende landschap. Het water van de rivier was modderbruin van de regenbuien van de vorige middag en avond. Bremgele berghellingen en bloemrijke bermen, afgewisseld met olijfboomgaarden. Hier en daar konden we parkeren en uitstappen voor een nadere verkenning. Voorbij het dorpje Sahune kronkelt de weg met de rivier mee door de Gorges de St. May.




Eenmaal bij St. May staken we linksaf de Eygues over. Het is een smalle bergweg die omhoog leidt naar de Rocher du Caire, goed te berijden met een normale auto als je tenminste niet bang bent voor een smal weggetje langs bergdieptes. Hier en daar zijn passeerplaatsen. Je komt voorbij enkele huizen en een kerkje. Aan het eind is een behoorlijke (gravel) parkeerplaats, vanwaar het ongeveer 1,5 km lopen is naar de rotspunt. 


 




Het was uitgelezen weer voor dit uitstapje en ik had het niet willen missen. Niet alleen vanwege de gieren die we boven, rond en onder ons konden zien vliegen en zweven en niet alleen vanwege het spectaculaire uitzicht over de bergen en Rémuzat beneden ons in het dal, maar ook vanwege de uitbundige en gevarieerde flora, die op haar beurt weer allerlei insecten en vlinders aantrok. We hebben hier en op de terugweg in de weiden langs het pad dan ook geruime tijd doorgebracht.
Het informatiepaneel op de parking vertelt dat de huidige flinke populatie van de vale gier het succesvolle resultaat is van een herintroductieprogramma in de periode 1992-2001. Later is daar de monniksgier bijgekomen en aangetrokken door deze twee soorten zijn hier nu ook lammergieren en de Egyptische gier. Wij hebben alleen vale gieren waargenomen. Gieren zijn aaseters en deze gieren beschikken over een leefgebied in het Baronniegebergte van zo'n 8000 km2,  waarvan het hart zich in rond de Eygues bevindt. Ze voeden zich met de kadavers van wilde dieren, maar ook met dode schapen en geiten. Ze leveren daarmee een bijdrage aan het voorkomen van de verspreiding van ziekten. 








Deze hele vakantie lijkt wel in het teken van de orchidee te staan en ook hier vond ik weer verschillende (nieuwe) soorten. Een helling vol hondskruid, daar keek ik al bijna niet meer van op, maar enkele welriekende nachtorchissen en een hommelorchis tussen de andere kruiden, bloemen en grassen sprongen in het oog, maar ik ontdekte ook enkele weinig opvallende bokkenorchissen in verschillende stadia van de bloei. Een aangebrande orchis was bijna uitgebloeid. 







Zie voor alle vlinders en onze fietstocht naar de Aubres waterval onze volgende blogs.
En voor de gieren en dit deel van de Drôme zijn dit interessante sites:
ç

Populaire blogberichten