Posts tonen met het label Vaucluse. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vaucluse. Alle posts tonen

zondag 24 oktober 2021

Fietsen in de Côtes-du-Rhône rond Cairanne

Sainte-Cécile-les-Vignes ligt in de vlakte op de linker Rhône-oever en vormt een uitstekende uitvalsbasis om dit deel van de Rhône wijnstreek te verkennen. Nabijgelegen zijn Cairanne en Rasteau en -  verderop aan de voet van de Dentelles de Montmirail -  Beaumes de Venise, Vacqueras en Gigondas wijndorpen met een eigen cru. De vlakte en de heuvels: het is hier veelal wijnbouw onder de Provençaalse zon wat de klok slaat. Andere dorpen mogen dan geen cru voortbrengen, maar nog altijd wel een heel lekkere plaatselijke Côtes-du-Rhône. Maar wijn is niet de enige reden dat we hier graag komen. Het is een vriendelijke streek en de oude, boven de vlakte uittorende stadjes als Sablet, Gigondas en het schilderachtige Séguret zijn charmante plaatsjes om te bezoeken. Weer iets verder ligt Vaison-la-Romaine met zijn fraaie Romeinse en Middeleeuwse verleden. En naar het oosten, achter de Dentelles, maar nooit ver weg de Mont Ventoux.


Het was veelal bekend terrein en daarom hebben we ons dit keer vooral beperkt tot het gebruik van onze fietsen. Want nu hadden we niet de oude stadsfietsen, maar fijne e-bikes: we hadden een grotere actieradius en de heuvels bleken daarmee goed te doen. En zo hebben we over allerlei weggetjes en paden de directe omgeving nader verkend. Op ons eerste tochtje reden we vanaf de camping over de D193 een klein stukje richting Ste. Cécile, dan rechtsaf een landweggetje in, door wijnvelden, hier en daar een lavendelveld, langs hagen van loofbomen en cipressen, die een buffer vormen tegen de mistral.



De Rhône kent vele druivensoorten, wij herkennen deze niet aan de stok. In ieder geval vorderde het rijpingsproces en binnenkort zou men met de witte oogst gaan beginnen. De landerijen zijn uitgestrekt, de wijnhuizen over het algemeen geen indrukwekkende kastelen of chique landgoederen, maar eenvoudige, stoere boerderijen, niet zelden al lang in eenzelfde familie. 




Op de D576 kwamen we uit. Linksaf en dwars door Ste Cécile om het dorp aan de andere zijde viavia weer te verlaten. Bij een wijngoed leidde een werkweg dwars door de velden richting Cairanne. Veel van dit soort paden maken ook deel uit van een uitgebreid wandelnetwerk. 



Hoog op de heuvel wenkte de oude klokkentoren van Cairanne. We moesten een stukje de autoweg volgen om de rivier over te kunnen steken en in het dorp de klim omhoog te kunnen nemen. Bij een andere gelegenheid zijn we de oude, Middeleeuwse muren binnen gegaan, nu vervolgden we onze weg over de D51 naar St. Roman-de-Malegarde.




Het was lekker klimmen over de kronkelweg - niet zonder inspanning maar met onze hulpaandrijving goed te doen. We genoten van een heerlijk fietstochtje dat onderweg prachtige vergezichten over de wijngaarden naar Cairanne bood. Op het bovenste deel van de heuvel maakten de wijngaarden plaats voor bos. Het hoogtepunt was een ware col! Col le Débat op 251m. Hier vonden we ruimte om in de zon iets te snacken. Samen met twee sportieve jongelui, die van de andere kant kwamen, en zij vonden onze prestatie ook wel een foto waard! Het was een heerlijk plekje om even rond te lopen en van de vlinders te genieten, voordat we naar beneden zouden suizen. Nou ja, suizen.... helmpje op, maar kalm aan. Er viel genoeg te zien.

Icarusblauwtje, Bruin blauwtje, Kaasjeskruiddikkopje 


We konden uitrijden tot St. Roman, waar we de heuvels weer achter ons lieten en de brug over de Aygues overstaken. Over landweggetjes door de wijngaarden, langs rietkragen en irrigatiekanaaltjes, bomenrijen die de wind konden breken (mistral!) fietsten we op ons gemak naar Tulette en terug naar Rives d' Aygues.




 

zaterdag 23 oktober 2021

Aux Rives de l'Aygues - Ste Cécile des Vignes - 2021

 

Na een mooie week in de Morvan leek de zon wat meer plaats te gaan maken voor regen, zodat we besloten verder naar het zuiden te gaan. We hadden de omgeving van Anduze of de Vercors op het oog, maar voor beide streken werden er nogal heftige regen- en onweersbuien verwacht in de komende tijd. De oostelijke Provence kwam er beter vanaf en zo kwamen we toch weer op onze vertrouwde camping aan de Aigues terecht. Het is er gewoon altijd fijn en waar vind je zulke mooie en rustige kampeerplaatsen als hier? En de zon zou ons hier geruime tijd verwennen!


In ieder seizoen is het toch weer anders. De vogels waren talrijk als immer - gekraagde roodstaarten, bonte vliegenvangers, mezen, mussen, vinken. Dit keer hebben we echter helemaal geen roofvogels gezien in tegenstelling tot alle voorgaande keren dat we hier waren. Daar verbaasden we ons wel over. Wel hebben we veel vlinders gezien. Er bloeiden nu natuurlijk geen orchideeën, zoals de vorige keer in mei, maar wel andere bloemen; veel bomen en struiken droegen vrucht. En in de wijngaarden rijpten de druiven naar het moment dat ze geplukt konden worden. Maar daar ging nog een (laatste?) snoeibeurt met de machine aan vooraf. 

Een verandering die ik betreur is dat het achterste, ruige gedeelte van het terrein nu met schrikdraad is afgezet omdat er een aantal ponypaardjes lopen. Ik mocht hier altijd graag rondstruinen op zoek bloemetjes en beestjes, vogels en vlinders. Gelukkig biedt de rivier nog genoeg vertier en stelde ook dit keer niet teleur.

De Aygues was hetzelfde als altijd en nu, aan het eind van de zomer, vooral bijzonder bescheiden. Wij lopen altijd graag een eindje weg en zo hebben we toch ook nog twee poelen gevonden, waar we lekker konden afkoelen. Daar hield het dan ook wel mee op. We moesten ze dan ook delen met de visjes, hoewel die gewoonlijk de donkere plekken bij de oever en de bescherming van de planten opzochten. 



Het verveelt me hier nooit. Het licht is altijd anders, zolang het water stroomt en zon, wind, wolken en regen hun penseelstreken zetten. Er is altijd wel wat te beleven - visjes, vogels, vlinders, libelles, wantsen, sprinkhanen, kikkers, een fazant aan de andere kant van de watergeul......



Vlindertje boven: lichte daguil. Vis onder: kopvoorn.





Oranje Luzernevlinder.
Veldparelmoervlinder (?)
Groene schildwants.
Blauwvleugelsprinkhaan (?)
Kaasjeskruiddikkopje.





De Europese bidsprinkhaan waakte tot in de caravan over ons zielenheil.
Daar hebben we niets op tegen, maar voor zijn eigen heil hebben we hem toch maar weer buiten gezet.

Camping Rives d'Aygues ligt ongeveer tussen Tulette en Sainte Cécile des Vignes in. Tulette heeft een weekmarkt en wat bar-restaurants, maar ook twee grote supermarkten. Die laatste vormen voor ons de voornaamste aantrekkingskracht van Tulette, voor het overige zijn we meer op het gezellige Ste Cécile gesteld. Wel is het leuk om met de fiets richting Tulette te rijden. Meteen vanaf de camping gaat een onverhard weggetje door de wijngaarden en velden die kant op. Je merkt dan ook het verschil in onderhoud in de diverse velden op. Eén gedeelte was pas gerooid en op een ander perceel vielen me nu de rijen steeneiken op waar vroeger druiven hadden gestaan. Waarom plant men hier steeneiken? Wat is de meerwaarde van steeneiken? Het antwoord op de vraag die ik me al vaker had gesteld, kwam van Anthony: Truffels! De wortels van steeneiken - als ze er eenmaal een paar jaar staan - geven de ideale bodemconditie voor de groei van truffels! Micro-organismen en bodemschimmels leven in symbiose met de wortels van de boom. Deze Mycorrhizen leveren de bekende vruchtlichamen van truffels.  We hebben al heel wat steeneikenbossen gezien in Frankrijk, maar dit hadden we nooit eerder gehoord. Toch weer wat nieuws geleerd!



Linksaf van de camping door de wijnvelden loop je in korte tijd naar het Etang de Bel Air. Het is een prachtig blauw meertje in een mooie natuurlijke omgeving. Ik heb er in mijn voorgaande blog over deze camping uitgebreider over geschreven: https://renrreizen.blogspot.com/2018/07/op-de-grenzen-van-drome-en-vaucluse-aan.html.

En dan Ste. Cécile-des-Vignes. We hadden geluk dat het hek naar het oude kapelletje dit keer geopend was vanwege een trouwerij. Vrolijke bedoening en het gaf ons even toegang tot de tuin van dit eeuwenoude kapelletje, waarvan de geschiedenis tot in de verre middeleeuwen teruggaat. De weekmarkt in dit wijndorp vinden we altijd een feestje met de couleur locale en de vele verse producten van de regio. Die vind je net zo feestelijk terug op je bord als je gaat eten bij La Farigoule, extra onderstreept door de eigenzinnige en losse bediening, die wij wel kunnen waarderen.






Een kopje koffie op een terras, genieten van het dorp met de mooie platanen en al z'n bedrijvigheid, de mensen, de karren die af en aan rijden naar de wijngaarden. En 's avonds een heerlijke paëlla van de markt op het bord!



Geheel toevallig hebben we oude kennissen op de camping terug gezien. Een paar glazen van een plaatselijke wijn verder, raakten we aardig bijgepraat. En ook dat kan op Rives de l'Aigues gebeuren omdat hier veel vaste of terugkerende gasten zijn. Bekende en minder bekende wijnhuizen hebben we van binnen gezien en de auto lag daarna mooi vast op de weg. De flora en fauna en de relaxstand van onze stoelen waren bekend. Niets nieuws onder de horizon? Toch wel: dankzij onze e-bikes hebben we ook weer andere kanten van de streek gezien en nieuwe dorpjes ontdekt. De Dentelles de Montmirail hebben we met de auto nader verkend. Totdat rond 15 september regen- en onweersbuien ook ons deel van de Provence bereikten. Eerder had een hevig noodweer al voor zware wateroverlast zelfs op de tolwegen bij Montpellier en omstreken gezorgd. Wij hadden met dit stukje Provence een goede keuze gemaakt, maar besloten nu langzaam maar zeker terug noordwaarts te gaan. Onze belevenissen bij Rives de l'Aigues beschrijf ik in de volgende posts.





Populaire blogberichten