Posts tonen met het label kastelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kastelen. Alle posts tonen

woensdag 30 juli 2025

Rondom Vichy : koninklijke domeinen en kasteel Randan


2 juni zwaar bewolkt en stevige regenbuien, maar in de middag begon het een beetje op te klaren. Op maandag is er nooit zoveel te beleven in Frankrijk, maar we waren door het toeristenbureau in Vichy geattendeerd op het Château de Randan, een stukje ten zuiden van Vichy, en dat zou geopend zijn. Over landweggetjes en langs kleine boerendorpen reden we tot we bij Château de Maulmont de beboste heuvels in. Chaumont is privébezit en wordt uitgebaat als evenementenlocatie. Randan echter is sinds 2003 in bezit van de regio Auvergne en deze stelt het domein open voor bezoekers van april tot oktober-november. 


Het paviljoen bij de entree bestaat eigenlijk uit drie delen. Het achterste deel, waar nu de ontvangst en de expositieruimtes zijn, was voorheen het verblijf van de inspecteur die het beheer voerde over uitgestrekte bossen van de familie Orléans. Vandaar de naam Inspecteurshuis. Het trelliswerk en de prachtige blauw-groene kleuren konden op mijn bewondering rekenen. Tegen vergoeding zijn er rondleidingen mogelijk in het museum, naar de jachttrofeeën, de keukens en de kapel e.d., maar 2 uur vonden wij op dat moment te lang. Voor niets mochten we op eigen gelegenheid door de tuinen en het prachtige park rondwandelen. 

In de zomer van 1925 is het kasteel door een hevige brand voor een groot deel verwoest. Nooit meer geheel hersteld, waardoor nu een wat vreemd aandoend frame resteert, waar je van verschillende kanten dwars doorheen kijkt. De koninklijke kassen zijn ook niet meer wat ze geweest zijn helaas. 
Het zijn replica's van de kassen van Versailles. Ze hadden dubbele verwarming, wateroven en een mestkelder. Maar de bloemen- en moestuinen worden nog steeds goed onderhouden. En er zijn nieuwe investeringen op komst voor het behoud en de ontwikkeling van kasteel en domein.


In 1821 kochten Adelaïde en haar broer Louis-Philippe I het landgoed Randan. Ze wilden graag kapitaal investeren in de bossen bij Randan op grondgebied dat eerder aan hun voorouders de Bourbons had behoord, ze wilden graag een buitenhuis in de natuur hebben en een toevluchtsoord voor het geval er weer politieke onrust zou ontstaan. Ze lieten het oorspronkelijke kasteel vernieuwen en uitbreiden in Renaissance stijl. Maar omdat ze dat toch te klein vonden, kwam het plan om de keukens in een aparte vleugel onder te brengen met een dakterras dat tevens de privétoegang zou vormen tot een nieuw te bouwen kapel. Die keukens waren zeer groot en modern ingericht voor die tijd. Ze zijn gespaard gebleven bij de brand en te bezichtigen bij de rondleiding, evenals de kapel.




Louis-Philippe werd in 1930 koning (de laatste koning van Frankrijk) en zo werd Randan een koninklijk domein. De investeringen en vormgeving van het domein brachten grote sociale, economische en culturele veranderingen met zich mee. De landbouw werd veelzijdiger met de teelt en productie van fruit en wijnen, de bossen werden commercieel benut, de productie van bakstenen en tegels vertaalde zich in de huizenbouw en het kasteel zelf staat bekend om de fraaie toepassing van veelkleurige bakstenen. 



De tuinen en het park omvatten 100 ha en zijn een belangrijk voorbeeld van de landschapsinrichting in de eerste helft van de 19e eeuw. Lopend door het park hadden we aan de achterzijde een, helaas zwaar bewolkt, maar toch prachtig uitzicht over de vlakte en naar de verre bergen van de Auvergne. De keermuren van de terrassen en een flinke vijver zijn bewaard gebleven, de linden stonden geurend te bloeien. 





Een piepklein fraai huisje midden in een weids gazon bleek het pomphuis te zijn voor de watervoorziening. Isabelle, dochter van Antoine d' Orléans, gravin van Parijs (1848-1919) koos ervoor om een deel van het jaar in Randan te wonen. Zij moderniseerde het landgoed o.a. met een elektrische generator voor de verlichting en een pompstation voor stromend water. Het complex van de voormalige stallen-koetshuizen/garages-personeelsruimten heeft onder haar regime dienst gedaan als militair hospitaal tijdens WOI. Foto's en verhalen aan de gevels herinneren aan die tijd en zijn een gedenkteken. 


Voor ons was het een mooi uitstapje op een druilerige dag en tijdens ons bezoek is het redelijk droog gebleven. 

zaterdag 19 juli 2025

Falaise : het kasteel van Willem de Veroveraar

Die dinsdag was het een zeer aangename ochtend om in het zonnetje voor de tent ons gemak te nemen met koffie en een boek. Tegen de middag zijn we omhoog geklommen naar het Kasteel van Falaise om vanaf daar eens de blik omlaag te wenden naar de camping in plaats van andersom tegen het kasteel op te kijken. Ik vond het steeds een merkwaardig gebouw; met die strakke muren en de rechthoekige layout leek het helemaal niet zo oud en de entree met staal en beton voegde daar nog wat vraagtekens aan toe. De bouw is evenwel al zo'n 1000 jaar geleden begonnen met de eerste donjon (Grand donjon) als verdedigingswerk en residentie voor de hertogen van Normandië.


De bouw van het rechthoekige deel is gedateerd rond 1120 in opdracht van de jongste zoon van Willem de Veroveraar en blijkt een mengeling van Engelse en Normandische bouwstijl te zijn. Later kwam er nog een rechthoekige donjon bij en de grote ronde donjon is van begin 13e eeuw (later Tour Talbot genoemd). 



Na de moderne entree bleken ook binnen de stoere muren veel nieuwigheden en moderne techniek toegepast. O.a. sprekende videoprojecties op de oude muren vertellen het verhaal van Willem de Bastaard, later de Veroveraar en zijn nakomelingen. 



Maar het leukst vonden wij de reconstructies van het (nogal kale) interieur via een digitaal tablet, waardoor je een levendig beeld kreeg van de functie en inrichting van de diverse vertrekken in de middeleeuwen. We hebben heel wat traptreden genomen naar de diepe kelders en omhoog tot de top van de Tour Talbot. Het leverde ons op diverse punten een prachtig overzicht over de stad op. En onze camping. 





Met kleurige beelden en tekst over drie muren wordt in een tijdlijn de hele geschiedenis van Willem de Veroveraar eveneens verteld. Wie het tapijt in Bayeux heeft gezien en dit kasteel heeft bezocht, kan redelijk onderlegd in de oude geschiedenis Normandië verlaten. 



Voor wie zich, net als ik afvraagt, hoe het kasteel is ontstaan, biedt een video-animatie uitkomst. En daarmee lieten we Willem de Veroveraar voorlopig even achter ons.



zondag 13 juli 2025

Le Tréport, Mers-les-Bains en Eu

Donderdag 15 mei. Zware bewolking en een straffe noordenwind zouden met 12° voor een heel koude dag zorgen. Goed voor dikke truien en windjacks. We gebruikten deze dag om een auto-uitstapje naar Le Tréport en omgeving te ondernemen. Bij Le Tréport begint Normandië, de Albasten kust. De stad is tegen de hoge krijtrotsen aangebouwd en is een aanzienlijke regionale havenplaats aan de monding van de Bresle : voor visserij, pleziervaart en voor de handel. Nu oogde alles wat grauw en stil, maar aan de boulevard proefden we de couleur locale met tal van leuke winkels, eetgelegenheden en terrasjes, die op een zonnige dag vast veel bezoekers trekken. 


Met de rust was het overigens snel gedaan toen alle alarmbellen afgingen: brandweerauto's en alle vormen van speciale noodhulp gierden door de stad. Bij de vishal hoorden we dat er iemand van de hoge rotsen was gevallen. Twee teams rukten met reddingsboten uit, een speciaal zoekteam klom op verschillende plaatsen tegen de rotsen. Ondertussen liepen wij over de houten pier naar de vuurtoren en vervolgens naar de kiezelstranden met de vrolijk gekleurde houten strandcabines onderaan de krijtrotsen. Toen we naar de funicular liepen, zagen we signalen dat het slachtoffer op de rotsen gelokaliseerd was. Op het internet vond ik later bericht dat hij het niet overleefd heeft. Wat beweegt iemand om zo dicht aan de rand van de kliffen te komen?





Je kunt met de auto boven op de klif komen en er is ook een trap van 365 treden vanuit de stad naar boven, maar wij hebben dus voor de kabelbaan gekozen. In 1908 werd de eerste funicular geopend, waarmee toeristen en zeker de gasten van het chique hotel op de klif, moeiteloos op en neer naar het strand en de benedenstad konden. Rond 1826 kreeg Le Tréport bekendheid als badplaats, eerst alleen nog voor rijkere lieden, maar met de ingebruikname van de spoorlijn Parijs-Le Tréport in 1872 ook voor minder vermogenden. In WOII werd de kabeltrein in beslag genomen door de Duitsers, vanaf eind jaren '50 functioneerde opnieuw een kabeltrein gedurende zo'n 20 jaar. De huidige automatische lichtgewicht versie is sinds 2006 in gebruik en draait het gehele jaar door. Gratis. In ongeveer 2 minuten brengen de cabines je naar boven/beneden - langs en dwars door de rotsen over een helling van 63%. Het is een leuke ervaring en biedt een mooi uitzicht over de stad en de zee.



Zelfs op een miezerige dag als vandaag reikte het oog ver, toen we eenmaal boven waren. Het Hôtel Trianon is in WOII een Engels militair ziekenhuis geworden totdat de Duitsers in 1942 de hele boel hebben opgeblazen. Het is nooit meer hersteld, alleen het terras en de trappen getuigen nog van de vroegere chique. Het huidige kruis (1887) op de top is tijdens de bezetting naar het kerkplein gebracht om het te beschermen. In 1948 heeft een groepje mannen het op hun rug terug naar boven gedragen en is het hier weer opgericht. Le Tréport was door zijn ligging en haven niet onbelangrijk voor de Duitse bezetters. In de omgeving zijn nog overblijfselen van de Atlantiqwall te vinden en ook te bezoeken. 



Vanuit de kabelbaan keken we neer op het Quartier des Cordiers, de oude visserswijk. Het is niet alles goud dat er blinkt.






Maar toen we eenmaal door de smalle straten tussen de dicht opeenstaande huizen terugliepen naar de boulevard, werden we verrast door de mooie gevels en de fraaie details van veel huizen. Ergens las ik dat de wijk ongeveer twee eeuwen oud is en dat deze gebouwd is op land (kiezelgrond) dat op zee gewonnen is. De eerste bewoners waren vissers, die te arm waren om met netten te vissen en daarom gebruik maakten van lange touwen met haken, waaraan zeewormen als aas zaten. Een betekenis van cordiers = touwslager. Het zijn nu meer toeristen die de huizen bevolken, via airbnb of zo, is mijn indruk.






Het is een aardige wandeling langs de havens naar Mers-les-Bains aan de overkant van de rivier, maar wij hebben de auto genomen. Parkeerplaatsen waren ruim voorhanden in dit seizoen. Mers-les-Bains is een plaatje! Meer nog dan in Le Tréport geeft de architectuur van de Belle Epoque deze plaats een bijzonder karakter. Bij de aanleg van de spoorlijn kreeg ook Mers een eigen station, waardoor het stadje al snel aantrekkelijk werd voor wie de frisse lucht en het baden in zee wist te waarderen, en uitgroeide tot een modieuze badplaats. De boulevard en belendende straten zijn een aaneenschakeling van elegante en rijk gedecoreerde art-nouveau villa's die ten bate van de welgestelde gasten zijn gebouwd. 


Er zijn nog zo'n 400 van deze villa's en her en der werd hard gewerkt aan onderhoud en restauratie. Ze vormen een mooi contrast met de grijze kiezelstranden met de witte badhuisjes en de hoge witte kliffen op de achtergrond. 


Wij hebben onze trip afgerond in het nabijgelegen dorp Eu, dat een nog imposantere geschiedenis kent. Twee getuigen hiervan: het kasteel van Eu (museum van koning Louis-Philippe) en de kapittelkerk van O.L.V. en Saint-Laurent O'Toole hebben we bezocht. Het Château d'Eu staat op de plek van het oude feodale fort. De bouw van het huidige kasteel begon in 1578 en het heeft sindsdien vele veranderingen ondergaan. Het was de favoriete verblijfplaats van koning Louis-Philippe, die er o.a. de Engelse koningin Victoria heeft ontvangen. Zo'n 800 eeuwen daarvoor was Willem de Veroveraar op deze plaats gehuwd met Mathilde van Vlaanderen. Met deze stap in het verleden zouden we hen vanuit Le Crotoy volgen naar Falaise, onze volgende verblijfplaats.




De kapittelkerk is een gotisch monument, gebouwd eind 12e eeuw, maar grondig verbouwd in de 15e en 16e eeuw. Wij houden altijd wel van de krochten van de kerk en deze crypte is mooi met verschillende grafmonumenten, o.a. van de 12e eeuwse heilige Laurent O'Toole, bisschop van Dublin, die hier in 1180 overleed. In de crypte mochten geen foto's genomen worden.



Tot slot hebben we nog een klein rondje door het dorp gelopen, maar toen waren we zo moe dat we naar onze camping teruggekeerd zijn. De gigot d'agneau van de slager in Eu was top!


Populaire blogberichten