Posts tonen met het label Vercors. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vercors. Alle posts tonen

maandag 1 juli 2024

Wandeling van de Moulin de la Pipe naar de Cascade de la Druise: orchideeën en smaragdhagedissen

Voor onze wandeling naar de Druise waterval hebben we de auto achtergelaten bij Moulin de la Pipe. 1 km verderop bij het voetpad naar de waterval is een behoorlijke parkeerplaats met picknickplaatsen etc. Maar wij hebben geen moment spijt gehad van de wandeling daarnaartoe, omdat we volop genoten hebben van (met name) de rijke flora. De bermen en de flanken van de kliffen boden een enorme diversiteit aan bloemen en planten. We zijn hier in het goede seizoen. Ik heb nog nooit zoveel verschillende soorten orchideeën gezien. 


Elke vorm van leven op deze falaises vraagt aanpassing aan de omstandigheden. Planten moeten goed bestand zijn tegen de hitte en droogte. De rotsen zijn blootgesteld aan de zon en absorberen de warmte en houden de koude winden uit het noorden tegen. De temperaturen kunnen er snel oplopen. Langs de steile rotswanden wordt regenwater snel afgevoerd, dus er moet snel en slim gereageerd worden om vocht op te nemen en vast te houden. 
Sedum is een bekende vetplant die heel lang kan doen met het opgeslagen vocht. Korstmossen doen het met dauw. Slakken sluiten zich af bij droogte en komen pas weer tevoorschijn als het natter wordt. De bossen zien er heel gezond uit. Bomen en korstmossen kunnen in deze habitat heel oud worden. 
Onder: Blauwe Sla - groeit vooral op kalkhellingen en kalkrotsen. Deze plant is vrij klein gebleven. Op wat graziger plekken hebben we deze prachtig blauwe bloemen ook veel gezien, maar dan dikwijls wat hoger. Ernaast kleine plukjes sedum.


Overal zijn de hellingen rijkelijk begroeid met Wondklaver en ook veel Muurzeepkruid. Wondklaver is een plant die houdt van droge zand- en kalkgronden en is de waardplant van o.a. dagvlinders als dwergblauwtje en klaverblauwtje. Die laatste hebben we gezien bij Plan de Baix. Maar hier bevinden we ons ook in de habitat van de mooie Rotsvlinder. Een rups van de Kleine Hageheld stak onbevreesd de weg over. 






En ik zei het al: zóveel orchideeën, zowel in aantal als in soorten. Onderweg naar de Gorges d'Omblèze hadden we hier en daar al Hondskruid en Purperorchis ontdekt. De laatste is vrij gemakkelijk te herkennen - dacht ik - in uitgebloeide bruine vorm of nog in volle glorie. Hondskruid vind ik gemakkelijker te verwarren met andere soorten en obsidentify geeft niet altijd 100% zekerheid.






Purperorchis of toch anders? Goed dat ik het heb nagekeken: dit is een Aangebrande orchis. Tja, dat donkerlila helmpje... maar bij nader inzien toch wel een andere tekening en de bloeiwijze is wat slanker en eleganter dan van de purperorchis. Kortom: een schoonheid.
En het moge duidelijk zijn: ik ben geen kenner! Wel nieuwsgierig. Ik leer verder: Drietandige orchis met lichtbleke tot roze bloem en een drietandige helm (onderste twee foto's). Ik vind hem soms lastig te onderscheiden van Hondskruid (bovenste foto's), maar ik ga ook alleen op de bloem af.




Over zo'n kilometer wandelen, waar er van alles te ontdekken valt, kan ik lang doen. Aapjesorchis. Een heel veld vol en her en der verspreid. Kijk naar het open bloemetje en je ziet een ondeugend aapjesprofiel. 


Geen verwarring mogelijk met andere soorten, dacht ik weer. Totdat ik erachter kwam dat dit Soldaatje geen aapje is. Ziet er ook echt wel anders uit, maar het vereist wel oplettendheid om goed waar te nemen. De bleekwitte slanke schoonheid met het blad aan de steel, die wat verdekt stond opgesteld, bleek Wit Bosvogeltje te heten. 





Lang en slank met kleine geelgroene bloempjes groeit de Poppenorchis bijna onopvallend tussen grassen en veelkleurige bloemen. Dan valt de wat logge, donkergele, bijna vleeskleurige Gamanderbremraap meer op. Dat is geen orchidee, maar deze behoort tot de bremraapfamilie, parasitaire planten in veel soorten. 


zonneroosje, slangenkruid en salvia

 
Het pad naar de waterval liep aanvankelijk geleidelijk naar beneden en was goed begaanbaar. Vlinders zoals de Oranje Luzernevlinder fladderden ons om de oren, maar hadden geen rust voor een fotosessie. Muurhagedissen zochten de warmte van grote stenen op, brem bloeide overdadig, bomen groeiden uit de rotsen, het uitzicht was adembenemend. Er groeien hier boomsoorten als Genévrier de Phénicie (een jeneverbessoort) en Chêne Vert (steeneik), die in de zuidelijker Provence thuishoren en niet in de Vercors, maar dankzij de speciale milde klimatologische omstandigheden hier gedijen. Dankzij de bescherming van de vallei door de kliffen tegen wind en sneeuw in de winter is hier een zachter klimaat dan in de gorges en bij Plan de Baix.






Ik heb ergens gelezen dat dit de overblijfselen zijn van stenen huisjes van landarbeiders, die hier vroeger werkten. Voorheen kon je kiezen of je het voetpad rechtdoor wilde lopen om boven de waterval uit te komen, maar dit pad is nu geblokkeerd omdat het te gevaarlijk is geworden. Dus verder naar beneden. Iets verderop werd het pad steiler en lastiger begaanbaar. Daar heb ik helaas veiligheidshalve pas op de plaats moeten maken en is Rob alleen verder gegaan. 





Rob daalde verder af naar de waterval. Die stort zich van een hoogte van 70 m. naar omlaag. Op dit moment was de waterval zelf en directe omgeving niet bereikbaar, tenzij je erg natte voeten wilde halen. Zo was het ook mooi met al dat water.






En terwijl Rob zich beneden vermaakte, ging ik op zoek naar de smaragdgroen-blauwe smaragdhagadis. Het zijn de mannetjes die in de paartijd deze blauwe kleur als extraatje rond de keel krijgen om de iets bescheidener vrouwtjes te verleiden. Andere bezoekers hadden deze langs het pad gezien en ik wist waarnaar ik moest uitkijken, omdat ik deze mooie hagedis al eens eerder in de Drôme had gezien, o.a. bij de Eygues. Gelukkig was het niet zo druk en waren de hagedissen niet superschuw. Ik heb drie mannetjes gespot en twee op de foto kunnen zetten. Mooi! 




Met een paar goede wandelschoenen aan de voeten is de afdaling en klim voor iedereen met een goede conditie goed te doen. Onder natte omstandigheden kan het voetpad, vooral het laatste deel erg glibberig worden. 

Vercors - Gorges d'Omblèze


Woensdag 22 mei. 21°. Mooie wolken aan de lucht zonder regendreiging.
De auto was ons vervoermiddel naar de Gorges d'Omblèze - in feite een voor auto's doodlopende weg naar de oorsprong van de Gervanne, het riviertje dat bij onze camping in de Drôme uitmondt. Vanuit Mirabel leidde de weg (D70) eerst geleidelijk omhoog naar het dorpje Beaufort (368 m). Vanuit het hoog gelegen dorp keken we uit over "le pays de Gervanne'. In de verte links de hogere toppen van de krijtrotsen waar tussendoor het riviertje zich een weg heeft geslepen in de gorges d'Omblèze. De streek is nagenoeg onbewoond. Op de wijde vlakkere gronden in de vallei beneden ons onderscheidden we de landerijen waar o.a. granen en aardappelen werden verbouwd. Er staan nog wat schuren, maar waar de velden niet meer onderhouden worden, rukken de jeneverbessen, eiken en dennen op. Rechts boven die terrassen strekken de bergen en bossen van de Vercors zich uit.


Beaufort is een oud dorpje, dat  - van oudsher overwegend protestants - nogal wat te lijden heeft gehad van de godsdienstoorlogen. Nu was alles pais en vree op het dorpsplein waar een kleine boerenmarkt met lokale producten was. Twee lekkere verse geitenkaasjes konden we niet laten liggen voordat we onze weg voortzetten.




Vandaar steeg die weg aanzienlijk met flinke bochten door de bossen, waar ik al helemaal blij werd van de bloemrijke bermen. Af en toe stopten we om van het uitzicht of de flora en vlinders te genieten. 



Gele brem, bossen helderblauwe bieslelies, blauwe kuifhyacinthen en salvia's, roze klavers, felroze hondskruiden of bruine uitgebloeide soortgenoten tussen prachtige grassen; kleine roze anjertjes, witte zonneroosjes en fijne kruipthym op kalere rotsbodem .... en nog veel meer. Ik was in verwarring over de gele vlinders die ik veel zag: de vorm en de onderzijde van de vleugels leken op citroenvlinder, maar de bovenzijde was meer oranje en deden me aan oranje luzernevlinder denken. Ze waren zeer actief en lastig te fotograferen, maar via een geslaagde opname kwam ik erachter dat ik met Cleopatra te maken had. Voor mij een nieuwe vlinder en in deze contreien veelvuldig aanwezig. De Argusvlinder bleef evenwel niet voor me zitten.


Plan de Baix. Een duidelijk herkenningspunt in het Gervannedal is de Rocher du Vellan, die zich zo'n 200 m. verheft boven het dorp Plan de Baix. Bovenop het kalkplateau staat een kruis als verzoeningssymbool tussen de christenen. De bloemenweiden in het dal waren een lust voor het oog en een eldorado voor insecten en vlinders als icarusblauwtje, klaverblauwtje, knoopkruidparelmoervlinder e.a.



Moulin de la Pipe is een hotel/restaurant aan de overzijde van de bruisende Gervanne en een bekend vertrekpunt voor een wandeling bij de Druise waterval. Het was er opvallend stil: de uitspanning bleek met ingang van 2024 gesloten. We hebben er wel de auto geparkeerd omdat we dachten dat daar het voetpad naar de waterval begon. We hadden echter nog ruim een kilometer naar de parkeerplaats verderop kunnen rijden, maar dan hadden we wel veel van het indrukwekkende landschap en de bijzondere flora gemist. In het volgende blog zal ik een beschrijving van onze wandeling en onze indrukken maken. 



Na de wandeling keerden we terug naar de weg door het ravijn van de Gervanne. Door de vele regenval van de laatste tijd was er werkelijk overal water. Het spetterde in heldere stroompjes of klaterende watervallen van de hoge krijtrotsen omlaag en stroomde over of onder de weg door naar de bruisende  Gervanne die zich onderlangs de rotsen voortspoedde. Alles was groen, groen, groen en droop van het water. Indrukwekkend dikke kussens mos bedekten de rotsen; deze mossen kunnen onder invloed van het kalkrijke water verstenen. Dankzij al die regen konden wij nu ten volle genieten van deze prachtige natuur. 







Iets stroomopwaarts in de kloof is goed zichtbaar aan de uitgeslepen rotsen dat het water in de - hier wat bredere - bedding soms heel wat hoger kan stromen. 


Op een bepaalde, bijzonder natte plek was de helling boven ons rijk begroeid met tongvarens en ronde steenbreek. Opvallend, want elders heb ik die niet gezien.





De Chûte de la Pissoire is ondanks zijn naam een hotspot voor toeristen om foto's te nemen. Dus we hebben met verschillende mensen van camera en plaats gewisseld voor onvergetelijke vakantiekiekjes. Gezellige boel. Er passeren hier ook veel sportieve fietsers en wandelaars. Als ik hiermee de indruk wek dat het er druk was: allerminst.


De kloof opent zich in een weid dal bij Omblèze, een oud boerendorpje van een paar huizen, mooi in natuursteen, zoals je die hier overal ziet. We hebben er een kort kijkje genomen en zijn daarna dezelfde weg door de gorges en naar Beaufort teruggereden met nog een enkele stop voor het spectaculaire uitzicht over de bergen kliffen van de Vercors. Wij keerden terug naar onze kampeerplaats waar de Gervanne zich samenvoegt met de Drôme.












Populaire blogberichten