Posts tonen met het label flora. Alle posts tonen
Posts tonen met het label flora. Alle posts tonen

zondag 27 juli 2025

Natuurlijk kamperen en fietsen bij Vichy

Woensdag, 28 mei lieten we de stilte van Rosnay achter ons. De keuze was gevallen op camping La Croix St Martin in Abrest-Vichy. We zijn eerder in deze contreien geweest. In 2022 verbleven we in Gannay-sur-Loire en in 2018 kampeerden we tussen Moulins en Vichy in de omgeving van Saint-Pourcain. Destijds hebben we wel Moulins bezocht evenals het vestingstadje Billy, maar een bezoek aan Vichy is er nooit van gekomen. We hebben het over het algemeen niet zo op kuuroorden, omdat ze dikwijls veel van hun oude glorie zijn verloren. Maar dat zou  hier geheel ten onrechte blijken: we vonden Vichy de verrassing van onze vakantie. 

De camping lag in Abrest, een voorstadje van Vichy. In verband met Hemelvaartdag hadden we van tevoren gebeld - er was voldoende plaats. Een "pont" (brug) noemde de campingdame dat: zo'n extra vrije dag naar een lang weekend.  Het bleek een kleine en vriendelijke camping en we vonden er een heerlijk rustige ruime plek te midden van het groen. Achter de camping was een ruig veld met grassen en velerlei kruiden en wilde bloemen als rapunzelklokjes, fijnstraal, klavers en koekoeksbloemen. Maar ook een meterhoge bokkenorchis. Ik vind het altijd heerlijk om op een luilekkerdag of in een verloren uurtje even met de camera het veld in te kunnen lopen. Op een regendag hoefde de zon maar tussen de wolken door te komen, of onmiddellijk kwamen de libellen en vlinders tevoorschijn. Een platbuiklibelle of  weidebeekjuffers, vuurvlindertjes, blauwtjes, bruin hooibeestjes of een bruine daguil - allemaal niet spectaculair maar ik kan er vrolijk van worden. De zang van de nachtegaal en de wielewaal hoorden we ook hier regelmatig nabij, maar ook de melancholische roep van de bosuilen. 





En met de telefoon heb ik dankzij BirdNET en Merlin Bird ID, het zeer aanwezige en intrigerende geluid van de Orpheus Spotvogel kunnen determineren. En nu ik wist waarnaar ik moest uitkijken, heb ik de zanger en zijn favoriete plekjes ook gevonden. Maar je heet niet voor niets spotvogel. Dat beest nam een loopje met me. Iedere keer als ik hem in het oog kreeg, vluchtte hij net voor de telelens weg. Op die ene keer na - niet scherp, maar toch!


Vlak voor onze tent had een paartje smaragdhagedissen een soort van jachtterrein op een open, warm stukje grond in het gras voor de bosjes, waarin ze wegschoten als er gevaar dreigde. Maar ze waren niet echt bang voor ons. Mooi!



Vanaf de camping kwamen we direct op de voie verte van Saint-Yorre naar Billy. Het fietspad voerde min of meer langs de oevers van de Allier, voorbij de roeiclub waar ook een leuk restaurantje met een terrasje aan het water was, tot het brede met statige bomen geflankeerde pad door het Kennedypark. 




Voorbij stranden, horeca en speelgelegenheden eindigt dit pad bij de brug over de Allier (naar Bellerive) om over de dijk aan de andere kant van de weg weer verder te gaan : links de Allier met tal van uitspanningen en speelgelegenheden, rechts het Parc Napoléon III en daarachter de stad. 
Dit verhaal gaat nog even verder over het fietspad naar Billy. De Allier is een brede rivier en kent een natuurlijk verloop, maar aan het eind van de kade bij Vichy is een dam onder de brug met een flink verval en daar zijn grote vistrappen.


Het fietspad is grotendeels vlak met hier een daar een doortrapheuveltje. Buiten Vichy kwamen we langs een enorm complex van L'Oréal. Het bedrijf heeft niet voor niets huidverzorgingsartikelen onder de merknaam Vichy: het maakt ook gebruik van de mineralen van de bronnen. 


Bij Saint-Germain des Fosses vonden we een leuke picknickplaats in de vorm van een houten podium met vastgeklonken stoelen. Grappig. Iets verderop was een groot recreatiegebied met visvijvers, maar daar bleek het fietspad onderhevig aan werkzaamheden en konden we de laatste 6 km niet langs deze route vervolgen. We hadden geen behoefte aan omrijden - met Billy hadden we immers al eerder kennisgemaakt. We zijn dezelfde weg teruggereden. Terug op de Quai d'Allier in Vichy werd onze aandacht getrokken door enkele robuuste villa's. Bouwperiode eind 19e eeuw. Deze zien er door hun stoere uiterlijk toch weer heel anders uit dan de elegante villa's in de binnenstad. Maar dat is weer een ander hoofdstuk: Vichy, een kuuroord dat bij de tijd blijft






maandag 11 november 2024

Fietsronde Férel - Arzal - Pénestin - Férel

Zondag zijn we op de camping op de fiets gestapt en hebben we eerst de rivier bij Arzal opgezocht. De grote plezierhaven, waar we vanaf de camping op uitkeken, ligt in de Vilaine aan de binnenzijde van de Barrage d'Arzal. Aan de andere kant valt de rivier deels droog bij eb. Het is een lange baai die uitmondt in de zee bij Pénestin. De Arzal-dam is indrukwekkend groot, maar liefst 500 m. lang met vijf sluisdeuren, een sluizensysteem en drie vistrappen. De dam is begin jaren '70 gebouwd om het achterland tegen overstromingen te beschermen, maar de installatie is ook belangrijk voor de drinkwatervoorziening in een grote regio. Het is best leuk om een kijkje te nemen rond het sluizencomplex en in de haven van Arzal. Er zijn verschillende wandelroutes langs de rivier en omgeving en van hier vertrekken ook de toeristische boottochten over de Vilaine.



Wij fietsten terug over de dam en volgden de groene fietsroute naar Pénestin. Kriskras over glooiende landweggetjes, die door oude eikenbomen gescheiden werden van de weiden en de velden met mais en zonnebloemen; hier en daar een oude, karakteristieke boerderij of een statig landhuis; kleine dorpjes met oude Bretonse namen en stoere Bretonse huizen van natuursteen of witgepleisterd; de kenmerkende Bretonse blauwe en rode kleuren, hortensia's in dezelfde tinten, hoewel nu een beetje uitgebloeid. We fietsten door een dorpje Kerguen. Dat Ker- zouden we nog vaker tegenkomen in plaatsnamen en betekent zoiets als versterkt huis, gehucht, dorp. Arzal zou een combinatie zijn van het Keltische Are dichtbij en het Romeinse Sal = zout.  Wikipedia heeft een uitgebreid artikel over de Bretonse taal.


Camoël is een wat groter plaatsje met een kerk, een kruispunt van verschillende wegen, wat horeca en winkels.. We hebben er een croissantje gekocht en heerlijk op het bankje bij de kerk in de zon gepauzeerd. Vandaar verder over stille weggetjes via La Grée naar Tréhiguier.








In Tréhiguier zagen we de Vilaine weer terug, hier al een brede baai, waar de schepen op dat moment nog grotendeels droog lagen. Deze plaatsnaam zegt iets over de historie: treuz = oversteken + guer = rivier, stroom. Hier was een oversteekplaats over de rivier met een veerpont. Al in de 16e eeuw tot de Franse Revolutie had de markies van Assérac de rechten van deze veerdienst; de uitvoering en tolheffing liet hij aan de boeren over.  In de 19e eeuw zijn de condities voor de veerdienst verbeterd door de aanleg van nieuwe scheepshellingen, maar de opening van de brug bij La Roche-Bernard en de wegverbinding met Pénestin luidde het einde in van de veerpont. 


Tréhiguier is van ouds een handels- en vissershaven. Vooral de mosselcultuur, al vanaf eind 19e eeuw aan de oevers bij Tréhiguier  (op palen, zoals we ook in Normandië bij Le Crotoy hebben gezien), is belangrijk. Het was soms een bron van conflicten en ook aan verandering onderhevig o.a. na de aanleg van het sluizencomplex bij Arzal, waardoor verplaatsing van de mosselkweek nodig was richting open zee (o.a. Le Lomer aan de andere kant van Pénestin). 



Au p'tit bouchot heette het bar-restaurant aan de haven heel toepasselijk. Op het terras kwam juist een tafel vrij: zo'n uitnodiging om een oestertje te gaan slurpen lieten we niet aan ons voorbij gaan. Toen we weggingen, liep de rivier al weer vol en konden de boten weer drijven.



Met hernieuwde energie trapten we daarna verder tot we een plek vonden waar we over een zandpad naar het water konden. Zeilboten konden de rivier weer opvaren, witte reigers waren in het lage water op zoek naar voedsel. Iets verderop, bij de dennenbossen was een toegang tot een natuurgebied dat zich uitstrekte langs de baai. Zandgrond; een gele hoornpapaver; blauwe zeedistel; laag groeiende kwetsbare vegetatie houdt de duintjes in stand; moerasachtig (brak) gebied met planten als zee-aster; de planten trekken vlinders aan als klein koolwitje en klein geaderd witje op de zeeraket; kleine vuurvlinder en bruin blauwtje zoeken het lager bij de grond. Het is een mooi gebied om te wandelen en te genieten, maar wij fietsten weer verder naar Pénestin.









 De buitenwijken van Pénestin hebben we bereikt, maar uiteindelijk bleek de kaap met zijn mooie rotsen en stranden ons toch te ver te zijn en zijn we aan de weg terug begonnen: de kortste route langs en over de D34 tot voorbij Camoël totdat we weer een landweggetje naar Férel vonden. Een minder leuke, maar wel vlottere route dan op de heenweg. Na zo'n 30 km op het zadel waren we weer terug op de camping. Moe maar voldaan.

Populaire blogberichten