Posts tonen met het label Bretagne. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bretagne. Alle posts tonen

woensdag 20 november 2024

Terugblik op onze Franse kampeervakantie van de noordwestkust tot het zuiden van Bretagne

We konden terugkijken op een mooie tour van de Sommebaai in het noordwesten van Frankrijk tot Morbihan in het zuiden van Bretagne. September. Veel koel weer, veel nattigheid, maar ook mooi-weer-perioden. 









Le Crotoy aan de Baai van de Somme bleek qua rij-afstand een goede eerste stopplaats en tevens een prettige en rustige verblijfplaats te zijn. We hebben veel gefietst en genoten van de natuur en het rijke vogelleven. https://renrreizen.blogspot.com/2024/10/le-crotoy-aan-de-baai-van-de-somme.html e.v. 

Saint-Valery-sur-Somme was echt een erg leuk plaatsje om te bezoeken. Wij hebben het op de fiets gedaan: ca. 40 km heen en terug. 


In Pont-Audemer vonden we een aardige camping aan een meer, een leuk oud stadje met veel vakwerkhuizen, dat veel mensen aan Venetië doet denken. https://renrreizen.blogspot.com/2024/10/pont-audemer-toutainville-de-meren-en.html e.v.





Op een half uurtje autorijden was Le Bec-Hellouin een gedroomd uitstapje: een van de mooiste dorpen van Normandië in het dal van de Bec.
En ook het oude havenstadje Honfleur bleef zelfs in de regen mooi en sfeervol. 




Le Mont Saint-Michel. We waren er nog nooit geweest. Op een regenachtige nazomerdag was het er goed toeven: alle ruimte om rustig rond te scharrelen en dit bijzondere monument te verkennen. https://renrreizen.blogspot.com/2024/11/le-mont-saint-michel.html e.v.
Het vasteland biedt ook goede fietsmogelijkheden en wij vonden het uurtje autorijden naar Granville de moeite zeker waard. 

Férel is een dorp bij de rivier Vilaine in het departement Morbihan in Bretagne. Wij vonden zowel het binnenland als de kusten een geweldige omgeving om op de fiets of met de auto te verkennen. https://renrreizen.blogspot.com/2024/11/morbihan-ferel-aan-de-vilaine.html e.v.
Bij Penestin heeft de goudkoorts gewoed, Guérande is een stoere en gezellige stad en staat bekend om de zoutmoerassen. De moerassen van de Brière en de dorpen met de chaumières had ik niet willen missen, evenmin als hoog boven de rivier gelegen charmante stadje La Roche-Bernard.

Tot slot een paar dagen in Saint-Briac-sur-Mer aan de Côte Emeraude. We konden genieten van het aardige dorpje met de prachtige villa's in de Bretonse bouwstijl, de baai, een leuke fietstocht, de laatste keer oesters en indrukwekkende wolkenluchten, die op onze laatste avond tot ontlading kwamen. https://renrreizen.blogspot.com/2024/11/de-smaragdkust-saint-briac-sur-mer.html
Ook de verdere terugweg naar het noorden zouden we het niet drooghouden. En als het soppen wordt in de half verdronken grasmat en een extra fleece deken geen overbodige luxe meer is, is het niet erg om weer naar huis te gaan. We hadden de voortent droog kunnen inpakken voor het volgende jaar!

dinsdag 19 november 2024

Van Saint-Briac naar huis


Onze camping in Saint-Briac lag nagenoeg, iets hoger op de oever, aan de baai. Aan de achterzijde bood een hekje toegang tot een wandelpaadje langs de glooiende weiden enerzijds en de getijdenrivier anderzijds. Bij regen en mist en de drooggevallen blubberzandbanken oogt alles grauw, maar als de wolken breken en de zon doorkomt is het een schitterend landschap. Wij hebben een laatste dag droog en geheel tot genoegen doorgebracht totdat 's avonds de dreigende wolken hun voorspelling in daden omzetten. Voor de wolkbreuk hebben we de voortent en alles droog kunnen inpakken, weer klaar voor volgend jaar.





Na een bijna geheel regenachtige dag zijn we die dinsdag op een camping iets ten zuiden van Abbeville in Blangy-sur-Bresle aangekomen. Het werd kouder en vooral natter en blubberiger. Het was mooi geweest en thuis lokte. 




maandag 18 november 2024

De Smaragdkust : Saint-Briac-sur-Mer



Voor de weg terug naar het noorden kozen we toch nog voor een klein stukje Bretagne. We hadden nog een paar dagen over. Dinard was onze bestemming, maar de beoogde camping bleek bij aankomst vol - over de telefoon had men niet al te vriendelijk geen informatie willen geven en daardoor kwamen we daar voor niets. En zo belandden we iets verderop in het dorpje Saint-Briac. Op de camping viel best iets aan te merken, maar het plaatsje was een heel leuke verrassing. Het is een vissersdorp, tegenwoordig vooral gewaardeerd door toeristen vanwege de verschillende zandstranden en de schitterende ligging aan de monding van de rivier de Frémur en de zee. Het is een aardig dorpje met een paar leuke winkels en goede verswinkels (bakkers, viswinkel, slager) rond een gezellig plein. Bouwstijl van rond 1900 herkenden we in o.a. het wat streng ogende postkantoor en een kleurig winkelpand. We slenterden door leuke steegjes en straatjes tussen natuurstenen bebloemde huizen en villa's met gesloten poorten en een heel grote Presbteriaanse kerk, die in de steigers stond. Het strak opgetrokken voormalig klooster met een moderne glazen aanbouw doet tegenwoordig dienst als gemeentehuis en mediatheek.




Maar vooral de vele chique en prachtig statige huizen boven de kust en iets buiten de dorpskern, maakten indruk op ons. En toen we een doorkijkje naar de haven kregen, snapten we waarom dit de Côte Emeraude heet. De afdaling naar de haven bood ons een fraai uitzicht over de baai en het schiereiland Nessay met het kasteel, dat eind 19e eeuw is herbouwd op de plaats van een voormalig versterkt kasteel. Nu is het een luxe hotel - op een geweldige locatie. 




We hebben de omgeving met de fiets verkend door via de Balcon d'Emeraude langs het water te rijden naar de brug die de rivier overspant. Over de hoge rotsen aan de overkant bereikten we het strand de la Cerisaie.




We genoten van een strandje hier, een strandje daar, de vele mooie huizen en de rustige sfeer. In de zomer is er waarschijnlijk meer reuring . Een plaatselijke bewoner was blij dat hij weer eens rustig van zijn eigen dorp kon genieten tijdens een wandeling. Desgevraagd vertelde hij ook iets over de stoere omlijstingen van deuren en ramen van de nieuwere woningen. De oude huizen zijn gemaakt met op maat gesneden en met de hand gestapelde natuursteen. Maar dat is tegenwoordig te duur. De bouwstijl wordt op moderne wijze min of meer gekopieerd : "nouveau Breton" noemde hij deze architectuur met een brede grijns. 


Lancieux was ook een aardig dorpje met een uitgestrekt en breed strand. Regen was voorspeld en donkere dreigende wolken leken die belofte te gaan inlossen. Maar wat een bof: we kregen nog alle gelegenheid om in het zonnetje een paar oesters te verschalken. Zo'n zeevakantie moesten we toch passend afsluiten! Pas later in de middag werd de voorspelling bewaarheid, maar toen konden wij al een geweldige dag terugkijken.






zaterdag 16 november 2024

La Roche-Bernard - op de grens van Bretagne en Loire-Atlantique

We hadden het zo naar ons zin op de camping in Férel dat we besloten om nog tot zaterdag te blijven. Donderdag hebben we er een lekker luierdagje ter plekke van gemaakt. Vrijdags zijn we weer op de fiets geklommen voor een tocht naar La Roche-Bernard, dat iets meer landinwaarts aan en boven de rivier Vilaine gelegen is. Het was ca. 10 km fietsen over leuke gravelpaden tussen akkers en weilanden door, een dorpje en een onverwacht vennetje, langs oude kapellen en kruizen en een in onbruik geraakte dorpsbakoven. We kwamen op onze hele tocht bijna niemand tegen. Wat een rust!


De naam zegt het al: La Roche is tegen een hoge rotsheuvel bij de rivier gebouwd. Het hoogste deel met de witte huizen is het nieuwste deel van het stadje. Vandaar overspant een hangbrug de rivier. Op onze terugweg zouden we eroverheen rijden, nu genoten we even van het indrukwekkende uitzicht voordat we vanaf de heuvels met een vaartje afdaalden naar de buitenwijken van de stad. Zo kwamen we aan in het oude binnenhaventje, waar historische (erfgoed)schepen liggen tussen de plezierjachten en oude statige gebouwen en gezellige terrasjes aan de kade de sfeer bepalen. 

La Roche-Bernard zou zijn bestaan te danken hebben aan de Viking Bern-Hart, die hier rond het jaar 1000 een goed verdedigingspunt zou hebben gevonden. Van de versterkte bouwwerken is niets meer terug te vinden, maar die rots boven de haven, die naar alle kanten uitzicht biedt over de rivier de Vilaine, is nog steeds een markant en bij toeristen zeer geliefd punt. 


Vandaar loop je gemakkelijk het hoog gelegen historische centrum in. Want het havenstadje heeft zich in de loop der tijd o.a. dankzij de zouthandel en -opslag ontwikkeld tot een welvarend oord. Na de bouw van de barrage bij Arzal werd de haven hier beschut tegen de zee-invloeden en geschikt gemaakt voor de tegenwoordige pleziervaart. Op onze wandeling over de rotsen en naar het historische centrum, konden we ons verheugen in een buitententoonstelling van schitterende foto's uit de directe omgeving en Bretagne. 




We liepen door pittoreske straatjes en steegjes, langs statige huizen (16e, 17e eeuw), over het mooie en gezellige Place du Bouffay, naar de kleine vroegere kapel Notre Dame en de hoge gotische Saint-Michelkerk. 

Op het plein en in het quartier artisan ontdekten we de kleine, grappige keramiekjes die kozijnen, randjes, huisnummers en gevels sierden; ondeugende, aardige figuurtjes met een knipoog naar wie hen opmerkt. Le puits Lory is de waterput waar men vers water moest halen tot de aanleg van de waterleiding. Omdat jong en oud elkaar hier ontmoette, was het in die tijden een belangrijk sociaal trefpunt.

 

We daalden weer af naar de haven via de trappen van de Rue de la Quenelle. Een foto van 1909 op een informatiepaneel laat het straatje zien mét enkele bewoners zittend en hangend op de trappen, maar zonder enige vorm van begroeiïng. Nu hebben zich plantjes genesteld tussen de muren en trappen en onderhouden de bewoners een weelderige en kleurrijke groenvoorziening. Bewerkte tufstenen topgevels op enkele huizen, vond ik ook wel bijzonder.






We moesten ons omhoog trappen naar de bovenstad om via de hangbrug de Vilaine over te steken. Niet zonder daar natuurlijk even af te stappen voor het uitzicht. Naast de brug zijn op beide oevers nog de restanten van de oude brug van 1839 te zien. Dat was de brug die de eerste wegverbinding naar Pénestin vormde en de veerponten overbodig maakte. Aan het eind van WOII is deze brug echter vernietigd, in 1960 werd de huidige gebouwd. Nog iets verderop zagen we de Morbihan-brug, een boogbrug die in 1996 is gerealiseerd. 



Geen leuke fietspaadjes meer aan de andere kant van de rivier, maar deels langs de verkeersweg naar de dam bij Arzal en over landweggetjes weer terug naar de camping. We hebben in de stukje van Bretagne en de Loire Atlantique genoten van onze vakantie. De volgende dag gingen we weer rustig terug naar het noorden. Au revoir!



Populaire blogberichten