Posts tonen met het label landleven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label landleven. Alle posts tonen

woensdag 26 juni 2024

Bourg-en-Bresse en het verleden: van kloostercomplex tot authentieke Bresse-boerderij

18 mei 18°. De ochtend begon droog, maar al snel nam het vochtigheidsgehalte merkbaar toe. Voor deze zaterdag was beter weer voorspeld, dus dat viel wel tegen. Maar niet getreurd: we zijn met de auto naar Bourg-en-Bresse gegaan, eerst en vooral naar het Monastère Royal de Brou in de gelijknamige buitenwijk van de stad. Vijf eeuwen geleden liet Margaretha van Oostenrijk dit kloostercomplex bouwen ter ere van haar geliefde gemaal Philibert de Schone. Deze vorst van Savoye hield zich niet met staatszaken bezig, maar wel veelvuldig met de jacht. Het drinken van teveel ijskoud water na zo'n jachtpartij is hem echter fataal geworden, slechts drie jaar na zijn huwelijk met Margaretha. 


Het complex dat ze liet optrekken bestaat uit drie onderdelen: de kerk, de privévertrekken van Margaretha en haar hofhouding en de kloostergebouwen. In 1506 werd eerst begonnen met de bouw van het klooster, zodat de Augustijner monniken snel onderdak zouden vinden. Het volledige bouwwerk was in 1532 klaar, uitzonderlijk snel voor die tijd, maar desondanks niet snel genoeg voor Margaretha om het ooit voltooid te zien. Zij overleed in 1530. Wel ligt zij op haar uitdrukkelijke wens begraven in de kerk van het klooster, samen met haar geliefde Filibert en haar schoonmoeder Margaretha van Bourbon, die als eerste initiatieven had genomen om op deze plek in Brou een klooster te bouwen. 

Via de kloosterhof betraden we de kerk, die gewijd is aan de Augustijner monnik Nicolaas van Tonentijn, omdat diens heiligverklaring en de sterfdag van Philibert beide op 6 september vielen. De kerk is een fraai voorbeeld van flamboyante gotiek en maakte op ons door zijn hoogte, omvang en soberheid (geen kleuren) onmiddellijk bij binnenkomst indruk. 
Het prachtig gebeeldhouwde doksaal geeft toegang tot het koor en de bidkapel van Margaretha. In het koor bevinden zich de grafmonumenten. De graven bestaan uit een onder- en bovengedeelte: bovenop de vorst in vol ornaat, als bij zijn/haar leven, eronder een beeltenis van de overleden persoon, eenvoudig gekleed. 
Onder een baldakijn van verfijnd beeldhouwwerk ligt Margaretha van Oostenrijk. In het midden van de ruimte ligt Philibert de Schone en daarachter Margaretha van Bourbon, zijn moeder. De steunfiguren en vooral de pleurants aan de onderzijde van het graf van de moeder deden me onmiddellijk denken aan de hertogelijke grafmonumenten in Dijon. Voeg daaraan nog toe de grote kleurrijke gebrandschilderde ramen en het is duidelijk dat hier van eenvoud en soberheid geen sprake meer is. 






Vanaf de bovengalerijen en het doksaal heb je een prachtig overzicht over het koor en de kerk.


 


Omdat Margaretha de voor haar en haar entourage bestemde woonvertrekken nooit heeft kunnen betrekken, zijn deze ruimten ingericht met tentoonstellingen die iets meer vertellen over haar leven, haar politieke en dynastieke rol en de schone kunsten. De kunsttentoonstelling beperkt zich niet alleen tot haar eigen tijd maar omvat ook werken uit de eeuwen daarna tot moderne werken. Dat voelde wat ons betreft als een anachronisme in dit historische complex, waar we verder ruim de tijd voor genomen hebben. 

Daarna hebben we de stad opgezocht, maar deze had wat ons betreft minder te bieden dan we misschien verwacht hadden. Dat kwam allicht ook door de gestaag vallende regen. De monumenten staan nogal verspreid in de straten die vooral door allerhande winkels en horeca gedomineerd worden. Het toeristenbureau verstrekt een gratis stadsplattegrond met rondwandeling langs monumenten. De nieuwe Food hallen Beau Marché verleidden ons tot een eenvoudige maar lekkere hap in een droge en moderne omgeving. 



Op de terugweg vonden we niet ver van Bourg-en-Bresse iets buiten het dorpje Montrevel het Domaine de Sougey, een van de oudste traditionele en authentieke boerderijen (1460) van de Bresse. Ook hier troffen we weer een gesloten attractie aan, maar het terrein was wel vrij toegankelijk zodat we er in de laatste motregen een kijkje hebben genomen. 


Het woonhuis en de schuren zijn opgetrokken in vakwerk met houten staanders en balken, opgevuld met leem en stenen. Voor die stenen werden bij deze boerderijen vaak adobestenen gebruikt. Adobe is een ongebakken, in de zon gedroogde leemsteen. De boerderijen worden bovendien gekenmerkt door ver overstekende pannendaken, vaak met een soort extra knik, die niet alleen de kwetsbare bouwmaterialen beschermen tegen regen en sneeuw, maar waaronder ook materialen droog kunnen worden opgeslagen en maiskolven te drogen worden gehangen. De Sougey boerderij heeft een zgn. Saraceense schoorsteen, een schoorsteen als een soort klokkentoren met een kruis bovenop.




Terug over landweggetjes naar de camping kwamen we een nog in bedrijf zijnde oude boerderij tegen. De prachtige irissen stonden er stralender bij dan de boerderij, die in zekere staat van verval verkeerde.



Een aardig artikel over de Bresse boerderijen 

Over het kloostercomplex en Margaretha van Oostenrijk is veel op Wikipedia te vinden. 
Iets meer speciaal over de grafmonumenten.

maandag 24 juni 2024

Louhans en de Bresse Bourgogne

16 mei, 15°. Weer veel nattigheid verwacht vooral voor deze middag. Louhans is de hoofdstad van Bresse Bourgogne, de streek waarin we ons bevonden. Van de welvaart uit vroeger tijden zijn nog mooie overblijfselen, die een bezoek aan het stadje de moeite waard maken. De St Pierre met zijn klokkentoren en Bourgondisch veelkleurige daken, mooie gebrandschilderde ramen. De hoofdstraat met de pilarengalerijen, waar winkels en enkele horecagelegenheden een plek hebben gevonden. En de mannen die met paard en wagen de kartonverpakkingen van de winkels kwamen ophalen, pasten afgezien van de gele hesjes aardig in dit plaatje. 








Helaas was het museum van het voormalige Hotel-Dieu juist gesloten voor de lunch en pas weer toegankelijk voor de rondleiding later in de middag. En omdat de regen inmiddels flink uitpakte, hebben we ons tevreden gesteld met een heerlijke lunch van de beroemde Bresse-kip met een traditionele morilleroomsaus. 


De Bresse-kip is een bijzonder en heel oud frans kippenras. De naam poule de Bresse is beschermd met een appelation zoals we die ook bij wijnen kennen. Aan het fokken en opvoeden van de kippen worden strenge eisen gesteld. Het rood-wit-blauw van de franse vlag komt terug in de kam, de veren en de poten van deze hoender. Als je door de streek rijdt, kom je deze speciale kip dan ook overal in het straatbeeld tegen, want de Bresse-B'ers zijn trots op hun hoenders. Je snapt: er hangt een prijskaartje aan het stukje kip op je bord, maar dan zit je ook wel heel lekker te eten. Wij lieten het ons in ieder geval goed smaken. 


De regen had zich niet laten verjagen door onze culinaire pauze en het haventje en de stad konden ons niet meer verleiden tot een wandeling om de tijd voor het museum te overbruggen. De Seille schijnt een mooie rivier te zijn en ik zou graag een uitstapje in het natuurgebied gemaakt hebben, maar hier gooide de regen toch echt roet in het eten. 
Toch lieten we ons niet helemaal uit het veld slaan. Op de heenweg waren we door bescheiden plattelandsdorpjes gereden, die ons verrasten met fraaie restanten uit hun eigen middeleeuwse verleden.  Montpont-en-Bresse is een klein plaatsje middenin de groene heuvels, waar landbouw- en bosgebieden, doorkruist door kabbelende beekjes, elkaar afwisselen. Van hier starten verschillende wandelroutes. In het centrum van het dorp springen de Mairie (17e eeuw) en de voormalige ambtswoning van de burgemeester met het streekeigen vak- en metselwerk (18e eeuw) in het oog. Tegenwoordig is hier de bibliotheek. Naar de 13e eeuwse klokkentoren van de burchtruïne hebben we niet gezocht. 

In Romenay hebben we wat langer de tijd genomen. Alsof de tijd hier een beetje heeft stilgestaan (denk de geparkeerde auto's weg). We stapten door de oostelijke, 12e eeuwse poort het oude centrum binnen. Ook de westelijke poort is nog bewaard gebleven, maar ternauwernood. Want na de revolutie nam de bevolking en het verkeer dermate toe dat het stadsbestuur de poort wilde kopen om tot sloop over te gaan. De prefect gaf in 1824 toestemming, maar de eigenaresse van een deel van de poort nam geen genoegen met 60 francs schadeloosstelling en heeft op die manier de poort voor sloop behoed. 

De oostpoort is opgetrokken uit zgn. carrons, een soort baksteen van bepaalde afmetingen en stevigheid. Om een stadsmuur en torens te kunnen bouwen, moest er eerst een carronière komen, die de stenen kon produceren. Voor deze omgeving kwam er een steenfabriek in Saint-Trivier-de-Courtes. De  leveringen van de steenfabriek waren leidend voor de bouw van de stad. We willen de historie van het stadje recht doen zonder alle verhalen hier te onthullen. De monumenten zijn voorzien van informatiebordjes voor de geïnteresseerde bezoeker en wij hebben er ondanks de regen van genoten!








We eindigden ons uitstapje op het plein rond de fontein, waar de kippenmarkt van oudsher plaats vond



Ook Saint-Trivier-de-Courtes hebben we nog even bezocht, want dat lag op onze weg naar de museumboerderij Ferme de La Fôret. We hadden het leuk gevonden om iets meer te leren van de historie van de traditionele boerderijen. Maar helaas bleek het museum alleen in het weekend en op feestdagen geopend te zijn en het hele terrein was volledig afgesloten voor bezoekers. We volstonden met een blik over het hek naar het hoofdgebouw - even inzoomen om de maiskolven (voor de kippen!) onder het dak te zien hangen. 



Einde verhaal, terug naar de camping. Eenmaal daar brak de zon flauwtjes door en konden we nog even onder de luifel van een wijntje genieten voordat het te fris werd. 

Een uitgebreid artikel over de Bresse kip vond ik op: https://www.natuurlijkerleven.eu/Poule-de-Bresse

Populaire blogberichten