Posts tonen met het label historische steden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label historische steden. Alle posts tonen

woensdag 16 juli 2025

Normandië : Falaise

Zondag 18 mei. We vertrokken rond 10.15 uur uit Le Crotoy, koud, 13° bewolkt. Goed weer om weer wat verder te rijden. Via Rouen (de vele stoplichten daargelaten reed het vlot over de rondweg) en daarna over de tolweg naar Pont L'Eveque en vervolgens over landweggetjes naar Falaise. De A13 bleek sinds kort ook "Flux libre": alle tolpoorten zijn dicht en je kunt alleen nog electronisch of binnen 72 uur betalen. Dankzij onze nieuw aangeschafte tolbadge konden we overal moeiteloos doorrijden.


De municipal van Falaise ligt aan de rand van de stad, begrensd door het riviertje de Ante. Boven dat alles torent het kasteel van Willem de Veroveraar op zijn hoge rots. Er werd hard gewerkt aan de omgeving van het riviertje; zo werd aan de overzijde de laatste "hand" gelegd aan een groot (betaald) parkeerterrein voor campers. De camping heeft in het hoogseizoen te weinig plaats voor de vele Engelse campers die hier graag de nacht voor de oversteek naar GB vanuit Ouistreham doorbrengen. 


Ook het gebied onder de stadspoort Porte des Cordeliers waar de Ante een klein meertje vormt, werd op dat moment flink op de schop genomen. Legende of historie: de Ante speelt een belangrijke rol in de verre geschiedenis. In de Middeleeuwen zou Robert de Grote, hertog van Normandië, op slag verliefd zijn geworden op Arlette, die haar kleren stond te wassen in de vallei van de Ante. Nu is deze plek de Fonaine d'Arlette. Getrouwd of niet: hij heeft deze dochter van een bonthandelaar meegenomen naar zijn kasteel op de hoge rots en de twee hebben een zoon gekregen : Guillaume le Bâtard - oftewel Willem de Bastaard die later Willem de Veroveraar zou worden. 


 Een aanzienlijk deel van de stadsmuren en drie van de oorspronkelijk 6 verdedigingspoorten geven nog een aardig beeld van het middeleeuwse Falaise. Veel historische gebouwen en huizen zijn met name in de laatste twee eeuwen verdwenen en niet in het minst in 1944 door geallieerde bombardementen en de hevige strijd die de Zak van Falaise is gaan heten. Vanaf de camping konden we door een steegje en smalle straatjes omhoog lopen en dan kwamen we via de Port Philippe Jean ofwel de Porte du Guichet op het grote plein in de binnenstad. In feite is het alleen een boog die in 1749 is gebouwd, die nog resteert.




Die eerste avond hebben we alleen een korte verkenning gedaan in de ondergaande zon. Het plein is wel een centraal punt in de stad met de Trinité-kerk, het gemeentehuis, de VVV en enkele winkels, het standbeeld van Willem de Veroveraar die het plein zijn naam geeft, het Oorlogsmuseum en tot slot het Kasteel.


Op een andere dag hebben we wat door de stad beneden het plein geslenterd. Falaise is best een aardige plaats met veel verschillende winkels en allerlei eetgelegenheden en terrassen, waar het goed toeven is. De Saint-Gervaiskerk kijkt terug op een geschiedenis van halverwege de 11e eeuw. Er staan nog enkele oude statige huizen, meestal afgeschermd met fraaie traliehekken, in de omgeving van  de Port Philippe Jean. 






We zouden maandag met de auto de omgeving gaan verkennen van la Suisse-Normande. Dinsdag stond het kasteel op het programma en we bleven nog een dag langer om op woensdag het oorlogsmuseum te bezoeken. Net als de hond in een van de huizen namen we er ons gemak van.


zondag 13 juli 2025

Le Tréport, Mers-les-Bains en Eu

Donderdag 15 mei. Zware bewolking en een straffe noordenwind zouden met 12° voor een heel koude dag zorgen. Goed voor dikke truien en windjacks. We gebruikten deze dag om een auto-uitstapje naar Le Tréport en omgeving te ondernemen. Bij Le Tréport begint Normandië, de Albasten kust. De stad is tegen de hoge krijtrotsen aangebouwd en is een aanzienlijke regionale havenplaats aan de monding van de Bresle : voor visserij, pleziervaart en voor de handel. Nu oogde alles wat grauw en stil, maar aan de boulevard proefden we de couleur locale met tal van leuke winkels, eetgelegenheden en terrasjes, die op een zonnige dag vast veel bezoekers trekken. 


Met de rust was het overigens snel gedaan toen alle alarmbellen afgingen: brandweerauto's en alle vormen van speciale noodhulp gierden door de stad. Bij de vishal hoorden we dat er iemand van de hoge rotsen was gevallen. Twee teams rukten met reddingsboten uit, een speciaal zoekteam klom op verschillende plaatsen tegen de rotsen. Ondertussen liepen wij over de houten pier naar de vuurtoren en vervolgens naar de kiezelstranden met de vrolijk gekleurde houten strandcabines onderaan de krijtrotsen. Toen we naar de funicular liepen, zagen we signalen dat het slachtoffer op de rotsen gelokaliseerd was. Op het internet vond ik later bericht dat hij het niet overleefd heeft. Wat beweegt iemand om zo dicht aan de rand van de kliffen te komen?





Je kunt met de auto boven op de klif komen en er is ook een trap van 365 treden vanuit de stad naar boven, maar wij hebben dus voor de kabelbaan gekozen. In 1908 werd de eerste funicular geopend, waarmee toeristen en zeker de gasten van het chique hotel op de klif, moeiteloos op en neer naar het strand en de benedenstad konden. Rond 1826 kreeg Le Tréport bekendheid als badplaats, eerst alleen nog voor rijkere lieden, maar met de ingebruikname van de spoorlijn Parijs-Le Tréport in 1872 ook voor minder vermogenden. In WOII werd de kabeltrein in beslag genomen door de Duitsers, vanaf eind jaren '50 functioneerde opnieuw een kabeltrein gedurende zo'n 20 jaar. De huidige automatische lichtgewicht versie is sinds 2006 in gebruik en draait het gehele jaar door. Gratis. In ongeveer 2 minuten brengen de cabines je naar boven/beneden - langs en dwars door de rotsen over een helling van 63%. Het is een leuke ervaring en biedt een mooi uitzicht over de stad en de zee.



Zelfs op een miezerige dag als vandaag reikte het oog ver, toen we eenmaal boven waren. Het Hôtel Trianon is in WOII een Engels militair ziekenhuis geworden totdat de Duitsers in 1942 de hele boel hebben opgeblazen. Het is nooit meer hersteld, alleen het terras en de trappen getuigen nog van de vroegere chique. Het huidige kruis (1887) op de top is tijdens de bezetting naar het kerkplein gebracht om het te beschermen. In 1948 heeft een groepje mannen het op hun rug terug naar boven gedragen en is het hier weer opgericht. Le Tréport was door zijn ligging en haven niet onbelangrijk voor de Duitse bezetters. In de omgeving zijn nog overblijfselen van de Atlantiqwall te vinden en ook te bezoeken. 



Vanuit de kabelbaan keken we neer op het Quartier des Cordiers, de oude visserswijk. Het is niet alles goud dat er blinkt.






Maar toen we eenmaal door de smalle straten tussen de dicht opeenstaande huizen terugliepen naar de boulevard, werden we verrast door de mooie gevels en de fraaie details van veel huizen. Ergens las ik dat de wijk ongeveer twee eeuwen oud is en dat deze gebouwd is op land (kiezelgrond) dat op zee gewonnen is. De eerste bewoners waren vissers, die te arm waren om met netten te vissen en daarom gebruik maakten van lange touwen met haken, waaraan zeewormen als aas zaten. Een betekenis van cordiers = touwslager. Het zijn nu meer toeristen die de huizen bevolken, via airbnb of zo, is mijn indruk.






Het is een aardige wandeling langs de havens naar Mers-les-Bains aan de overkant van de rivier, maar wij hebben de auto genomen. Parkeerplaatsen waren ruim voorhanden in dit seizoen. Mers-les-Bains is een plaatje! Meer nog dan in Le Tréport geeft de architectuur van de Belle Epoque deze plaats een bijzonder karakter. Bij de aanleg van de spoorlijn kreeg ook Mers een eigen station, waardoor het stadje al snel aantrekkelijk werd voor wie de frisse lucht en het baden in zee wist te waarderen, en uitgroeide tot een modieuze badplaats. De boulevard en belendende straten zijn een aaneenschakeling van elegante en rijk gedecoreerde art-nouveau villa's die ten bate van de welgestelde gasten zijn gebouwd. 


Er zijn nog zo'n 400 van deze villa's en her en der werd hard gewerkt aan onderhoud en restauratie. Ze vormen een mooi contrast met de grijze kiezelstranden met de witte badhuisjes en de hoge witte kliffen op de achtergrond. 


Wij hebben onze trip afgerond in het nabijgelegen dorp Eu, dat een nog imposantere geschiedenis kent. Twee getuigen hiervan: het kasteel van Eu (museum van koning Louis-Philippe) en de kapittelkerk van O.L.V. en Saint-Laurent O'Toole hebben we bezocht. Het Château d'Eu staat op de plek van het oude feodale fort. De bouw van het huidige kasteel begon in 1578 en het heeft sindsdien vele veranderingen ondergaan. Het was de favoriete verblijfplaats van koning Louis-Philippe, die er o.a. de Engelse koningin Victoria heeft ontvangen. Zo'n 800 eeuwen daarvoor was Willem de Veroveraar op deze plaats gehuwd met Mathilde van Vlaanderen. Met deze stap in het verleden zouden we hen vanuit Le Crotoy volgen naar Falaise, onze volgende verblijfplaats.




De kapittelkerk is een gotisch monument, gebouwd eind 12e eeuw, maar grondig verbouwd in de 15e en 16e eeuw. Wij houden altijd wel van de krochten van de kerk en deze crypte is mooi met verschillende grafmonumenten, o.a. van de 12e eeuwse heilige Laurent O'Toole, bisschop van Dublin, die hier in 1180 overleed. In de crypte mochten geen foto's genomen worden.



Tot slot hebben we nog een klein rondje door het dorp gelopen, maar toen waren we zo moe dat we naar onze camping teruggekeerd zijn. De gigot d'agneau van de slager in Eu was top!


zaterdag 16 november 2024

La Roche-Bernard - op de grens van Bretagne en Loire-Atlantique

We hadden het zo naar ons zin op de camping in Férel dat we besloten om nog tot zaterdag te blijven. Donderdag hebben we er een lekker luierdagje ter plekke van gemaakt. Vrijdags zijn we weer op de fiets geklommen voor een tocht naar La Roche-Bernard, dat iets meer landinwaarts aan en boven de rivier Vilaine gelegen is. Het was ca. 10 km fietsen over leuke gravelpaden tussen akkers en weilanden door, een dorpje en een onverwacht vennetje, langs oude kapellen en kruizen en een in onbruik geraakte dorpsbakoven. We kwamen op onze hele tocht bijna niemand tegen. Wat een rust!


De naam zegt het al: La Roche is tegen een hoge rotsheuvel bij de rivier gebouwd. Het hoogste deel met de witte huizen is het nieuwste deel van het stadje. Vandaar overspant een hangbrug de rivier. Op onze terugweg zouden we eroverheen rijden, nu genoten we even van het indrukwekkende uitzicht voordat we vanaf de heuvels met een vaartje afdaalden naar de buitenwijken van de stad. Zo kwamen we aan in het oude binnenhaventje, waar historische (erfgoed)schepen liggen tussen de plezierjachten en oude statige gebouwen en gezellige terrasjes aan de kade de sfeer bepalen. 

La Roche-Bernard zou zijn bestaan te danken hebben aan de Viking Bern-Hart, die hier rond het jaar 1000 een goed verdedigingspunt zou hebben gevonden. Van de versterkte bouwwerken is niets meer terug te vinden, maar die rots boven de haven, die naar alle kanten uitzicht biedt over de rivier de Vilaine, is nog steeds een markant en bij toeristen zeer geliefd punt. 


Vandaar loop je gemakkelijk het hoog gelegen historische centrum in. Want het havenstadje heeft zich in de loop der tijd o.a. dankzij de zouthandel en -opslag ontwikkeld tot een welvarend oord. Na de bouw van de barrage bij Arzal werd de haven hier beschut tegen de zee-invloeden en geschikt gemaakt voor de tegenwoordige pleziervaart. Op onze wandeling over de rotsen en naar het historische centrum, konden we ons verheugen in een buitententoonstelling van schitterende foto's uit de directe omgeving en Bretagne. 




We liepen door pittoreske straatjes en steegjes, langs statige huizen (16e, 17e eeuw), over het mooie en gezellige Place du Bouffay, naar de kleine vroegere kapel Notre Dame en de hoge gotische Saint-Michelkerk. 

Op het plein en in het quartier artisan ontdekten we de kleine, grappige keramiekjes die kozijnen, randjes, huisnummers en gevels sierden; ondeugende, aardige figuurtjes met een knipoog naar wie hen opmerkt. Le puits Lory is de waterput waar men vers water moest halen tot de aanleg van de waterleiding. Omdat jong en oud elkaar hier ontmoette, was het in die tijden een belangrijk sociaal trefpunt.

 

We daalden weer af naar de haven via de trappen van de Rue de la Quenelle. Een foto van 1909 op een informatiepaneel laat het straatje zien mét enkele bewoners zittend en hangend op de trappen, maar zonder enige vorm van begroeiïng. Nu hebben zich plantjes genesteld tussen de muren en trappen en onderhouden de bewoners een weelderige en kleurrijke groenvoorziening. Bewerkte tufstenen topgevels op enkele huizen, vond ik ook wel bijzonder.






We moesten ons omhoog trappen naar de bovenstad om via de hangbrug de Vilaine over te steken. Niet zonder daar natuurlijk even af te stappen voor het uitzicht. Naast de brug zijn op beide oevers nog de restanten van de oude brug van 1839 te zien. Dat was de brug die de eerste wegverbinding naar Pénestin vormde en de veerponten overbodig maakte. Aan het eind van WOII is deze brug echter vernietigd, in 1960 werd de huidige gebouwd. Nog iets verderop zagen we de Morbihan-brug, een boogbrug die in 1996 is gerealiseerd. 



Geen leuke fietspaadjes meer aan de andere kant van de rivier, maar deels langs de verkeersweg naar de dam bij Arzal en over landweggetjes weer terug naar de camping. We hebben in de stukje van Bretagne en de Loire Atlantique genoten van onze vakantie. De volgende dag gingen we weer rustig terug naar het noorden. Au revoir!



Populaire blogberichten