Ik heb ergens gelezen dat dit de overblijfselen zijn van stenen huisjes van landarbeiders, die hier vroeger werkten. Voorheen kon je kiezen of je het voetpad rechtdoor wilde lopen om boven de waterval uit te komen, maar dit pad is nu geblokkeerd omdat het te gevaarlijk is geworden. Dus verder naar beneden. Iets verderop werd het pad steiler en lastiger begaanbaar. Daar heb ik helaas veiligheidshalve pas op de plaats moeten maken en is Rob alleen verder gegaan.
Posts tonen met het label hagedissen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hagedissen. Alle posts tonen
maandag 1 juli 2024
Wandeling van de Moulin de la Pipe naar de Cascade de la Druise: orchideeën en smaragdhagedissen
Voor onze wandeling naar de Druise waterval hebben we de auto achtergelaten bij Moulin de la Pipe. 1 km verderop bij het voetpad naar de waterval is een behoorlijke parkeerplaats met picknickplaatsen etc. Maar wij hebben geen moment spijt gehad van de wandeling daarnaartoe, omdat we volop genoten hebben van (met name) de rijke flora. De bermen en de flanken van de kliffen boden een enorme diversiteit aan bloemen en planten. We zijn hier in het goede seizoen. Ik heb nog nooit zoveel verschillende soorten orchideeën gezien.
Ik heb ergens gelezen dat dit de overblijfselen zijn van stenen huisjes van landarbeiders, die hier vroeger werkten. Voorheen kon je kiezen of je het voetpad rechtdoor wilde lopen om boven de waterval uit te komen, maar dit pad is nu geblokkeerd omdat het te gevaarlijk is geworden. Dus verder naar beneden. Iets verderop werd het pad steiler en lastiger begaanbaar. Daar heb ik helaas veiligheidshalve pas op de plaats moeten maken en is Rob alleen verder gegaan.
Rob daalde verder af naar de waterval. Die stort zich van een hoogte van 70 m. naar omlaag. Op dit moment was de waterval zelf en directe omgeving niet bereikbaar, tenzij je erg natte voeten wilde halen. Zo was het ook mooi met al dat water.
En terwijl Rob zich beneden vermaakte, ging ik op zoek naar de smaragdgroen-blauwe smaragdhagadis. Het zijn de mannetjes die in de paartijd deze blauwe kleur als extraatje rond de keel krijgen om de iets bescheidener vrouwtjes te verleiden. Andere bezoekers hadden deze langs het pad gezien en ik wist waarnaar ik moest uitkijken, omdat ik deze mooie hagedis al eens eerder in de Drôme had gezien, o.a. bij de Eygues. Gelukkig was het niet zo druk en waren de hagedissen niet superschuw. Ik heb drie mannetjes gespot en twee op de foto kunnen zetten. Mooi!
Elke vorm van leven op deze falaises vraagt aanpassing aan de omstandigheden. Planten moeten goed bestand zijn tegen de hitte en droogte. De rotsen zijn blootgesteld aan de zon en absorberen de warmte en houden de koude winden uit het noorden tegen. De temperaturen kunnen er snel oplopen. Langs de steile rotswanden wordt regenwater snel afgevoerd, dus er moet snel en slim gereageerd worden om vocht op te nemen en vast te houden.
Sedum is een bekende vetplant die heel lang kan doen met het opgeslagen vocht. Korstmossen doen het met dauw. Slakken sluiten zich af bij droogte en komen pas weer tevoorschijn als het natter wordt. De bossen zien er heel gezond uit. Bomen en korstmossen kunnen in deze habitat heel oud worden.
Onder: Blauwe Sla - groeit vooral op kalkhellingen en kalkrotsen. Deze plant is vrij klein gebleven. Op wat graziger plekken hebben we deze prachtig blauwe bloemen ook veel gezien, maar dan dikwijls wat hoger. Ernaast kleine plukjes sedum.
Overal zijn de hellingen rijkelijk begroeid met Wondklaver en ook veel Muurzeepkruid. Wondklaver is een plant die houdt van droge zand- en kalkgronden en is de waardplant van o.a. dagvlinders als dwergblauwtje en klaverblauwtje. Die laatste hebben we gezien bij Plan de Baix. Maar hier bevinden we ons ook in de habitat van de mooie Rotsvlinder. Een rups van de Kleine Hageheld stak onbevreesd de weg over.
En ik zei het al: zóveel orchideeën, zowel in aantal als in soorten. Onderweg naar de Gorges d'Omblèze hadden we hier en daar al Hondskruid en Purperorchis ontdekt. De laatste is vrij gemakkelijk te herkennen - dacht ik - in uitgebloeide bruine vorm of nog in volle glorie. Hondskruid vind ik gemakkelijker te verwarren met andere soorten en obsidentify geeft niet altijd 100% zekerheid.
Purperorchis of toch anders? Goed dat ik het heb nagekeken: dit is een Aangebrande orchis. Tja, dat donkerlila helmpje... maar bij nader inzien toch wel een andere tekening en de bloeiwijze is wat slanker en eleganter dan van de purperorchis. Kortom: een schoonheid.
En het moge duidelijk zijn: ik ben geen kenner! Wel nieuwsgierig. Ik leer verder: Drietandige orchis met lichtbleke tot roze bloem en een drietandige helm (onderste twee foto's). Ik vind hem soms lastig te onderscheiden van Hondskruid (bovenste foto's), maar ik ga ook alleen op de bloem af.
Over zo'n kilometer wandelen, waar er van alles te ontdekken valt, kan ik lang doen. Aapjesorchis. Een heel veld vol en her en der verspreid. Kijk naar het open bloemetje en je ziet een ondeugend aapjesprofiel.
Geen verwarring mogelijk met andere soorten, dacht ik weer. Totdat ik erachter kwam dat dit Soldaatje geen aapje is. Ziet er ook echt wel anders uit, maar het vereist wel oplettendheid om goed waar te nemen. De bleekwitte slanke schoonheid met het blad aan de steel, die wat verdekt stond opgesteld, bleek Wit Bosvogeltje te heten.
Lang en slank met kleine geelgroene bloempjes groeit de Poppenorchis bijna onopvallend tussen grassen en veelkleurige bloemen. Dan valt de wat logge, donkergele, bijna vleeskleurige Gamanderbremraap meer op. Dat is geen orchidee, maar deze behoort tot de bremraapfamilie, parasitaire planten in veel soorten.
zonneroosje, slangenkruid en salvia
Het pad naar de waterval liep aanvankelijk geleidelijk naar beneden en was goed begaanbaar. Vlinders zoals de Oranje Luzernevlinder fladderden ons om de oren, maar hadden geen rust voor een fotosessie. Muurhagedissen zochten de warmte van grote stenen op, brem bloeide overdadig, bomen groeiden uit de rotsen, het uitzicht was adembenemend. Er groeien hier boomsoorten als Genévrier de Phénicie (een jeneverbessoort) en Chêne Vert (steeneik), die in de zuidelijker Provence thuishoren en niet in de Vercors, maar dankzij de speciale milde klimatologische omstandigheden hier gedijen. Dankzij de bescherming van de vallei door de kliffen tegen wind en sneeuw in de winter is hier een zachter klimaat dan in de gorges en bij Plan de Baix.
Ik heb ergens gelezen dat dit de overblijfselen zijn van stenen huisjes van landarbeiders, die hier vroeger werkten. Voorheen kon je kiezen of je het voetpad rechtdoor wilde lopen om boven de waterval uit te komen, maar dit pad is nu geblokkeerd omdat het te gevaarlijk is geworden. Dus verder naar beneden. Iets verderop werd het pad steiler en lastiger begaanbaar. Daar heb ik helaas veiligheidshalve pas op de plaats moeten maken en is Rob alleen verder gegaan.
maandag 31 oktober 2022
Het rustieke Loire-dal : een bijzondere ontmoeting bij een kasteel en veel vogels en vlinders
Gannay is een klein dorpje met een supermarkt en een bakker met beperkte openingstijden, een kerkje, een postkantoor en een tuincentrum. Het ligt nog net in het departement Allier tussen de Loire en het Canal Latéral. De landelijke omgeving van de Loire straalt alleen maar rust uit. Vanaf onze camping fietsten we het landweggetje op en kwamen via de D60 bij de brug over de Loire. Zowel de Loire als de Allier zijn nog steeds natuurlijke rivieren. Het kanaal is destijds aangelegd voor de scheepvaart vanwege de wisselende waterstanden van de Loire. Op de brug zagen we meteen dat de aanhoudende droogte tot een bijzonder lage waterstand heeft geleid. De aanleg van dat kanaal was dus geen overbodige luxe.
Grote witte reigers, blauwe reigers en enkele zwarte ooievaars hadden schijnbaar afgesproken elkaar hier te ontmoeten. Mooi!
Over de brug rechtsaf tussen dorre maisvelden en mooie graslanden fietsten we richting het gehucht Trizy Ballore. We rijden hier nagenoeg vlak, maar oude rivierafzettingen geven het landschap een oneffen aanzien met kuilen, bulten en zandruggen. Bomen en heggen vormen een soort heggenlandschap waar veel vogels en insecten zich thuis voelen. Een riviertje slingert zich door het land en we volgen het een poosje over de weg.
Bont zandoogje en - iets verder weg - een boompieper, ergens onderweg. Op de struiken bij een boerderij ontdekten we verschillende kleine parelmoervlinders en kleine vuurvlinders.
Ballore: een verzameling uiteen gelegen boerderijen, een charmant kapelletje én het bleek de naam van het kasteel te zijn, dat wij enigszins verscholen achter een ronde toren, veel bomen en een muur ontdekten. Op het moment dat we daarvan foto's wilden nemen, kwamen de bewoners met blaffende honden door de tuin aanlopen en zij verzochten ons dringend om geen foto's te nemen. Naar de beweegredenen hebben we hen niet gevraagd, maar ze waren vriendelijk genoeg om het gesprek met ons aan te gaan. En zo hebben we zeker een uur staan praten met de nazaat van de familie De Montessus en zijn echtgenote. Ze vertelden over hoe het kasteel met de boerderijen, het bos en de landerijen vroeger met veel personeel werd onderhouden, tegenwoordig nog maar met weinigen. Jonge mensen trekken weg en het wordt allemaal te duur. De tuin met vijvers is slecht onderhouden en het kasteel oogt sober. Het kent geen luxe en wordt bijvoorbeeld nog geheel verwarmd door houtstook. Het afvalhout uit de bijbehorende bospercelen is daarvoor ruim voldoende. Bij hoog water kan de rivier in de winter tot de greppel die de tuingrens vormt, komen. Voor het overige respecteren we hun verzoek om privacy, het was een leuke en bijzondere ontmoeting. Op wikipedia vond ik nog wat informatie.
We fietsten voort en verbaasden ons over de omvang van het Ballore landgoed. Ergens zijn we, gedeeltelijk over dezelfde weg teruggereden. De glooiïngen die de rand van het Loiredal en het begin van de heuvels markeren, lieten we voor wat ze waren. In de graslanden met verspreide bomen ontdekte ik paapjes - de afstand te groot voor een goede foto helaas. In de dichte bossages langs het weggetje wisten de vele vogels zich goed te verstoppen voor de camera. Een buizerd vloog bij onze nadering weg en bij een poeltje dat gevormd werd door het beekje, vluchtte een zwarte ooievaar vlak voor ons op. En deze twee lieten zich wel in de lens vangen.
Terug bij de brug over de Loire. Natuurlijk waren we nieuwsgierig naar wat de rivier aan natuur te bieden had en dus reden we het weggetje omlaag en het grint/zandpad bij de rivier een stuk af. Het water was ver teruggetrokken en zo konden we genieten van een zeer brede oever die zich als een soort wildernis aan planten en struiken tot de hoge wal met bomen uitstrekte. Prachtig! De witte reigers bij de waterrand vlogen voor ons weg, Rob is op gegeven moment naar de camping teruggefietst, maar ik heb me nog een tijdlang vermaakt met de vele vlinders.
![]() |
| Veldparelmoervlinders |



Icarusblauwtje, kleine vuurvlinder, geelzoommot. Onder: kleine parelmoervlinder.
Labels:
Allier,
Frankrijk,
hagedissen,
kastelen,
Loire,
vlinders,
watervogels,
zangvogels
Abonneren op:
Posts (Atom)
Populaire blogberichten
-
Van 4 t/m 31 mei hebben we vier weken lang genoten van Portugal: van het land, de historische en culturele rijkdom, de verscheidenheid aan l...
-
Na een mooie week in de Morvan leek de zon wat meer plaats te gaan maken voor regen, zodat we besloten verder naar het zuiden te gaan. We ...
-
Zondag 11 mei : deze voorjaarsvakantie wilden we - evenals onze vorige trip in september - aan de Franse westkust in Le Crotoy aan de Somm...




































































