Posts tonen met het label orchideeën. Alle posts tonen
Posts tonen met het label orchideeën. Alle posts tonen

zaterdag 20 juli 2024

Natuurpark van de Baronnies Provençales (Drôme) en de gieren van Rémuzat

Het Parc naturel régional des Baronnies Provençales beslaat het gebergte tussen de Drôme en de Alpen. Naast ongerepte natuur biedt het veelzijdig erfgoed en oude cultuurgronden, die al eeuwen in gebruik zijn voor landbouw als boom- en olijvenboomgaarden, lindebomen, lavendel, tijm, rozemarijn etc. Bovendien een bijzondere geologie en biodiversiteit. Tijdens onze dagen in Nyons hebben we een klein stukje van de omgeving verkend: met de auto via de gorges van de Eygues naar de gieren van St. May bij Rémuzat en een fiets-wandeltochtje naar de waterval van Aubres, niet ver van de camping. Rustig rijdend over de D94  langs de Eygues konden we al genieten van het fraaie en afwisselende landschap. Het water van de rivier was modderbruin van de regenbuien van de vorige middag en avond. Bremgele berghellingen en bloemrijke bermen, afgewisseld met olijfboomgaarden. Hier en daar konden we parkeren en uitstappen voor een nadere verkenning. Voorbij het dorpje Sahune kronkelt de weg met de rivier mee door de Gorges de St. May.




Eenmaal bij St. May staken we linksaf de Eygues over. Het is een smalle bergweg die omhoog leidt naar de Rocher du Caire, goed te berijden met een normale auto als je tenminste niet bang bent voor een smal weggetje langs bergdieptes. Hier en daar zijn passeerplaatsen. Je komt voorbij enkele huizen en een kerkje. Aan het eind is een behoorlijke (gravel) parkeerplaats, vanwaar het ongeveer 1,5 km lopen is naar de rotspunt. 


 




Het was uitgelezen weer voor dit uitstapje en ik had het niet willen missen. Niet alleen vanwege de gieren die we boven, rond en onder ons konden zien vliegen en zweven en niet alleen vanwege het spectaculaire uitzicht over de bergen en Rémuzat beneden ons in het dal, maar ook vanwege de uitbundige en gevarieerde flora, die op haar beurt weer allerlei insecten en vlinders aantrok. We hebben hier en op de terugweg in de weiden langs het pad dan ook geruime tijd doorgebracht.
Het informatiepaneel op de parking vertelt dat de huidige flinke populatie van de vale gier het succesvolle resultaat is van een herintroductieprogramma in de periode 1992-2001. Later is daar de monniksgier bijgekomen en aangetrokken door deze twee soorten zijn hier nu ook lammergieren en de Egyptische gier. Wij hebben alleen vale gieren waargenomen. Gieren zijn aaseters en deze gieren beschikken over een leefgebied in het Baronniegebergte van zo'n 8000 km2,  waarvan het hart zich in rond de Eygues bevindt. Ze voeden zich met de kadavers van wilde dieren, maar ook met dode schapen en geiten. Ze leveren daarmee een bijdrage aan het voorkomen van de verspreiding van ziekten. 








Deze hele vakantie lijkt wel in het teken van de orchidee te staan en ook hier vond ik weer verschillende (nieuwe) soorten. Een helling vol hondskruid, daar keek ik al bijna niet meer van op, maar enkele welriekende nachtorchissen en een hommelorchis tussen de andere kruiden, bloemen en grassen sprongen in het oog, maar ik ontdekte ook enkele weinig opvallende bokkenorchissen in verschillende stadia van de bloei. Een aangebrande orchis was bijna uitgebloeid. 







Zie voor alle vlinders en onze fietstocht naar de Aubres waterval onze volgende blogs.
En voor de gieren en dit deel van de Drôme zijn dit interessante sites:
ç

maandag 1 juli 2024

Wandeling van de Moulin de la Pipe naar de Cascade de la Druise: orchideeën en smaragdhagedissen

Voor onze wandeling naar de Druise waterval hebben we de auto achtergelaten bij Moulin de la Pipe. 1 km verderop bij het voetpad naar de waterval is een behoorlijke parkeerplaats met picknickplaatsen etc. Maar wij hebben geen moment spijt gehad van de wandeling daarnaartoe, omdat we volop genoten hebben van (met name) de rijke flora. De bermen en de flanken van de kliffen boden een enorme diversiteit aan bloemen en planten. We zijn hier in het goede seizoen. Ik heb nog nooit zoveel verschillende soorten orchideeën gezien. 


Elke vorm van leven op deze falaises vraagt aanpassing aan de omstandigheden. Planten moeten goed bestand zijn tegen de hitte en droogte. De rotsen zijn blootgesteld aan de zon en absorberen de warmte en houden de koude winden uit het noorden tegen. De temperaturen kunnen er snel oplopen. Langs de steile rotswanden wordt regenwater snel afgevoerd, dus er moet snel en slim gereageerd worden om vocht op te nemen en vast te houden. 
Sedum is een bekende vetplant die heel lang kan doen met het opgeslagen vocht. Korstmossen doen het met dauw. Slakken sluiten zich af bij droogte en komen pas weer tevoorschijn als het natter wordt. De bossen zien er heel gezond uit. Bomen en korstmossen kunnen in deze habitat heel oud worden. 
Onder: Blauwe Sla - groeit vooral op kalkhellingen en kalkrotsen. Deze plant is vrij klein gebleven. Op wat graziger plekken hebben we deze prachtig blauwe bloemen ook veel gezien, maar dan dikwijls wat hoger. Ernaast kleine plukjes sedum.


Overal zijn de hellingen rijkelijk begroeid met Wondklaver en ook veel Muurzeepkruid. Wondklaver is een plant die houdt van droge zand- en kalkgronden en is de waardplant van o.a. dagvlinders als dwergblauwtje en klaverblauwtje. Die laatste hebben we gezien bij Plan de Baix. Maar hier bevinden we ons ook in de habitat van de mooie Rotsvlinder. Een rups van de Kleine Hageheld stak onbevreesd de weg over. 






En ik zei het al: zóveel orchideeën, zowel in aantal als in soorten. Onderweg naar de Gorges d'Omblèze hadden we hier en daar al Hondskruid en Purperorchis ontdekt. De laatste is vrij gemakkelijk te herkennen - dacht ik - in uitgebloeide bruine vorm of nog in volle glorie. Hondskruid vind ik gemakkelijker te verwarren met andere soorten en obsidentify geeft niet altijd 100% zekerheid.






Purperorchis of toch anders? Goed dat ik het heb nagekeken: dit is een Aangebrande orchis. Tja, dat donkerlila helmpje... maar bij nader inzien toch wel een andere tekening en de bloeiwijze is wat slanker en eleganter dan van de purperorchis. Kortom: een schoonheid.
En het moge duidelijk zijn: ik ben geen kenner! Wel nieuwsgierig. Ik leer verder: Drietandige orchis met lichtbleke tot roze bloem en een drietandige helm (onderste twee foto's). Ik vind hem soms lastig te onderscheiden van Hondskruid (bovenste foto's), maar ik ga ook alleen op de bloem af.




Over zo'n kilometer wandelen, waar er van alles te ontdekken valt, kan ik lang doen. Aapjesorchis. Een heel veld vol en her en der verspreid. Kijk naar het open bloemetje en je ziet een ondeugend aapjesprofiel. 


Geen verwarring mogelijk met andere soorten, dacht ik weer. Totdat ik erachter kwam dat dit Soldaatje geen aapje is. Ziet er ook echt wel anders uit, maar het vereist wel oplettendheid om goed waar te nemen. De bleekwitte slanke schoonheid met het blad aan de steel, die wat verdekt stond opgesteld, bleek Wit Bosvogeltje te heten. 





Lang en slank met kleine geelgroene bloempjes groeit de Poppenorchis bijna onopvallend tussen grassen en veelkleurige bloemen. Dan valt de wat logge, donkergele, bijna vleeskleurige Gamanderbremraap meer op. Dat is geen orchidee, maar deze behoort tot de bremraapfamilie, parasitaire planten in veel soorten. 


zonneroosje, slangenkruid en salvia

 
Het pad naar de waterval liep aanvankelijk geleidelijk naar beneden en was goed begaanbaar. Vlinders zoals de Oranje Luzernevlinder fladderden ons om de oren, maar hadden geen rust voor een fotosessie. Muurhagedissen zochten de warmte van grote stenen op, brem bloeide overdadig, bomen groeiden uit de rotsen, het uitzicht was adembenemend. Er groeien hier boomsoorten als Genévrier de Phénicie (een jeneverbessoort) en Chêne Vert (steeneik), die in de zuidelijker Provence thuishoren en niet in de Vercors, maar dankzij de speciale milde klimatologische omstandigheden hier gedijen. Dankzij de bescherming van de vallei door de kliffen tegen wind en sneeuw in de winter is hier een zachter klimaat dan in de gorges en bij Plan de Baix.






Ik heb ergens gelezen dat dit de overblijfselen zijn van stenen huisjes van landarbeiders, die hier vroeger werkten. Voorheen kon je kiezen of je het voetpad rechtdoor wilde lopen om boven de waterval uit te komen, maar dit pad is nu geblokkeerd omdat het te gevaarlijk is geworden. Dus verder naar beneden. Iets verderop werd het pad steiler en lastiger begaanbaar. Daar heb ik helaas veiligheidshalve pas op de plaats moeten maken en is Rob alleen verder gegaan. 





Rob daalde verder af naar de waterval. Die stort zich van een hoogte van 70 m. naar omlaag. Op dit moment was de waterval zelf en directe omgeving niet bereikbaar, tenzij je erg natte voeten wilde halen. Zo was het ook mooi met al dat water.






En terwijl Rob zich beneden vermaakte, ging ik op zoek naar de smaragdgroen-blauwe smaragdhagadis. Het zijn de mannetjes die in de paartijd deze blauwe kleur als extraatje rond de keel krijgen om de iets bescheidener vrouwtjes te verleiden. Andere bezoekers hadden deze langs het pad gezien en ik wist waarnaar ik moest uitkijken, omdat ik deze mooie hagedis al eens eerder in de Drôme had gezien, o.a. bij de Eygues. Gelukkig was het niet zo druk en waren de hagedissen niet superschuw. Ik heb drie mannetjes gespot en twee op de foto kunnen zetten. Mooi! 




Met een paar goede wandelschoenen aan de voeten is de afdaling en klim voor iedereen met een goede conditie goed te doen. Onder natte omstandigheden kan het voetpad, vooral het laatste deel erg glibberig worden. 

Populaire blogberichten